a way of life

 

Start

Welkom op de site van de Travelers.

 

 

De wijngaarden in het zuiden moeten worden voorzien van mest.

zaterdag 07 juni 2014

De reis zal van Stein via Maas, Moezel, Vogezen, Petite Saône , Saône  stroomafwaarts via Rhône naar Arles. We hebben er erg veel zin in. Lekker weer in ons eigen ritme en natuurlijk genieten van de natuur, die in deze periode van het jaar toch altijd wel op zijn mooist is. We verheugen ons erop.

Woensdagmiddag wordt er geladen en als we vol zijn gaat het eerst richting Maastricht. Daar leggen we hem nog een dagje neer, daar Piet graag de poelies van de Dynamo veranderd wil zien. Ze moeten iets kleiner worden, waardoor het beter koelt en langduriger goed zal kunnen functioneren. Nu wil het binnen een jaar nog al eens verbranden en daar zijn we nu wel klaar mee.

Donderdag dus met het autootje op naar Terneuzen. Ik rommel wat aan boord en doe nog effe wat wasjes, voordat de tank weer vol gaat bij Nautica Janssen, waar we ook nog wat vet aanslepen en natuurlijk de gasolietanks weer afvullen. Dit doen we vrijdagmorgen, voordat we op het gemakje vertrekken. We hebben alle tijd om in Verdun te komen, die nog dicht zit vanwege een chomage. Deze gaat na de 1ste mei pas weer open. Dus we kabbelen rustig de Maas op, die nauwelijks stroomt.

Onderweg horen we nachtegalen, die uitbundig hun beste repertoire laten horen, Rietgorzen en Kikkers, die laten weten, dat ze een metgezel zoeken. Het is heerlijk dat voorjaar. Zelfs de koeien in de wei maken dartele sprongen en rennen massaal met ons mee door het land, zich verwonderend over wat er daar voor vreemd monster door het landschap glijdt. Rovers cirkelen hoog in de lucht en laten zich liften door de thermiek. Eendjes hebben al hun eerste kroost. Zwanen drijven trots rond met donzige jongen. De wereld leeft. We mogen ervan genieten van dit rijke leven zonder, dat het je ook maar 1 cent kost. Je hoeft alleen maar je ogen en oren open te hebben om al dat moois te beleven.

We proberen nog voor zondag door België te komen, en dat gaat lukken ook. We stomen rustig maar gestaag de Belgische Maas omhoog. Zaterdagavond liggen we in Givet Frankrijk. Het weer is mooi de Maas staat niet bepaald hoog maar toch wel netjes op peil.

Zondagmorgen vertrekken we al om 06:30 uur, om 07:00 uur bij de eerste spitsensluis te zijn. De VNF heeft de sluis al mooi op tijd klaar staan, en dat voor een zondag. We zijn zelfs voor 07:00 uur door de sluis en doen het tunneltje van Ham. Hier heb je altijd wat tijd voor nodig. We weten, dat het tunneltje een paar lelijke uitsteeksels heeft, dus even opletten met alles wat een andere maat heeft gekregen aan boord. Alles past gelukkig, bij mijn weten is dit de krapste tunnel in Frankrijk, die wij op onze routes passeren. Met andere woorden als het hier kan, past het overal.

Na de tunnel gelijk weer een sluis en dan begint het mooie varen. Het is nog erg rustig met jachten. Lekker het rijk alleen tot Verdun waar we woensdag de 30ste zullen aankomen. Daar is het gestremd tot de 2de mei. We hebben voldoende tijd om er te komen. Die zelfde zondag op km 48 “Rochers des Dames de Meuse” maken we vast voor de nacht. Niet wetende, dat vrienden uit het Belgische bijna over ons heen rijden. Althans hun gedachte was: “er zal wel geen spits hier in de buurt zijn”. Ze dachten, dat wij al lang gepasseerd waren. Ze doen ons toch een SMSje met de vraag, waar zijn jullie eigenlijk? Op de maas bij of beter gezegd, in de sluis “des Dames de Meuse”. Ze hoefden niet lang na te denken en we krijgen dan ook een SMS terug. “we komen er aan” ze waren praktisch bij ons langs gereden. Tja, nu lagen wij niet bepaald handig om mensen te kunnen ontvangen. Ze moeten immers ook aan boord kunnen komen. Dus motor weer gestart en een stukkie achter uit gevaren, zodat ze wel fatsoenlijk aan boord konden komen. Waarna een uiterst gezellige avond volgde. Morgen was voor hen ook weer een werk- en schooldag, dus werd het niet te laat. Wij zijn vervolgens weer iets naar voren geschoven voor de nacht.

De volgende dag voorbij Sedan bij sluis Remilly-Aillicourt voor de nacht met de kop tegen de deuren aan en dat lag prima. De ochtend erop tijdig het schip iets naar achter getrokken en dat was maar goed ook, want de sluismeester was er ook al mooi op tijd. De goede man dacht, ik zal de sluis snel voor ze laten leeg lopen en trok de verlaten vol open. We lagen in een mum van tijd weer op de rivier. Met zoveel water geweld is er geen houden aan. Ook hier waren we voor 07:00 uur al door de sluis. Hier en daar is het wel wat dicht geslibd bij de inloop kanaaltjes, maar als je mooi aan het kantje zit heb je er nauwelijks last van. De Maas is deze keer echt goed te doen. We liggen op de kop toch wel iets dieper dan normaal. 

 

In het rivierpand bij Dun-sur-Meuse varen we netjes langs het jaagpad, en zien plots een man vanaf zijn boerderij rennen naar de waterkant en gebaren maken, dat we naar de andere kant moeten. Wat we vervolgens dan ook direct doen. Grote stofwolken achter het schip geven aan, dat het niet al te diep is hier. Op de papieren vaarkaarten staat het niet meer goed aangegeven. De vorige keren hadden we hier ook al onze twijfels over dit stukje rivier.

Eenmaal in de  volgende sluis praten we met de sluisman van Warinvaux sluis 27. Dit is een sluis, die overigens met de hand wordt gedraaid. De VNFer vraagt ons tot waar we vanavond nog willen varen. Hoezo? Ach, het maakte hem niet uit. Ook al zou het tot 21:00 uur moeten. Nou nee, dat moesten we maar even niet doen. We hebben overigens wel een vraag voor U. “Mogen we in uw sluis overnachten, dan zal het onderhand ook al wel 19:00 uur zijn. Ja hoor geen probleem was zijn antwoord. Kijk, dan hebben wij ook weer een mooie overnachtingsplek. Zorgen we, dat we morgenvroeg op tijd bij de volgende sluis zijn. We praten nog een half uurtje met hem, zijn vrouw en de kinderen, die vol trots de honden en de katjes met jonkies laten zien. Echt een gezellige beestenboel. Ze bieden ons ook nog drinkwater aan, mochten we dat nodig zijn. We zitten echter nog bomvol.  

De dag erna varen we door naar Verdun en daar liggen we om 16:00 uur vast. Mooi op tijd. Morgen zelfs een vrije dag, 1 mei de dag van de arbeid en protesten. We hebben mooi de tijd om Verdun een beetje te verkennen. We hebben een aangenaam rustige dag. Even naar de bakker, heerlijk ontbijtje, koppie thee erbij. Na de koffie willen we eigenlijk wel effe wandelen, maar we krijgen meer dan een dikke bui. Als deze over is, besluiten we gewapend met paraplu toch maar op stap te gaan. Suzanno had een wandelroute gevonden op het internet en die gaan we uitproberen. Het is er eentje, die de moeite waard is en hij paste perfect tussen de buien door. Helaas een terrasje pakken zat er niet in. De rest van de middag en avond was het allemaal regen. We maken wat lekkers aan boord en hebben een rustige avond.

 

2 mei krijgen we de eerste smalle sluis Verdun en dan gelijk een onaangenaam pand waar de vaargeul zich helemaal naar de andere kant heeft verplaatst. Bij de eerste brug al, merken we aan de snelheid, dat het hier een stuk ondieper is. We komen niet tot stilstand maar zoeken langzaam weer het diepere gedeelte op. We komen gelukkig zonder problemen bij de volgende sluis. We zitten nu in de hand bediende sector. Al snel worden we opgelopen door een paar jachten. De eerste laten we passeren waar het kan. Hij heeft haast en wil graag terug naar Luxemburg, want hij heeft een maand voor de stremming gelegen, waarvoor hij niet door de VNF was gewaarschuwd, toen hij zijn vignet kocht. We vragen hem of hij nog even wat verder wil gaan dan St Mihiel, want daar verwachten wij minimaal te komen en anders heeft hij ons morgen weer voor zich. Ze hadden haast maar St Mihiel vonden ze kennelijk wel ver genoeg, want daar lagen ze heerlijk te genieten van een biertje in het zonnetje. Ja ja maar, we gaan die truc morgen niet nog een keer doen en wel, omdat dit in de korte en ondiepe pandjes niet gaat. Toen was het toch wel even stil bij deze mensen. Ze hadden haast, waren alleen even vergeten hun AIS uit te zetten, want om 15:00 uur lagen ze al stil. Even later worden we ingehaald door een zeer groot ongetwijfeld kostbaar jacht. Hij blijft overigens achter ons hangen.  Van de VNF krijgen we te horen, dat de Neree geladen in de afvaart zit. Tussen Lacroix en Rouvrois moet het passeren gaan volgens de VNF.  Zowaar zonder enig probleem. Het pand eerder had het zo wie zo niet gegaan en naar Maizey ook niet. Het was een perfecte plek en nog zonder te wachten ook. Tijdens de passage zit het grote jacht en nog een paar kleinere achter ons. Ze groeien als paddenstoelen, zo te zien al 4 stuks. Eerst maar naar de sluis en dan door naar Maizey. Ook hier in het kanaalstuk kan het jacht niet aan ons voorbij. De snelheid loopt terug naar 2,2 km per uur. Blubber, blubber en nog eens blubber. Het schuift echter toch nog beter weg dan andere keren. Op de rivier gaat het grote dure jacht aan ons voorbij met een flinke bruis voor de kop. Waarom zo’n haast? Hij komt namelijk niet voor 18:00 uur door de volgende sluis. Bij de jachten steiger zien we hem niet liggen. Dat is vreemd, zal die het toch proberen om er door te komen. De sluis stond groen en klaar voor hem, moet hij gedacht hebben. Er is een mannetje van de VNF bij. Het jacht drijft voor de sluis in de geul. We roepen hem op wat zijn bedoeling is? De sluis staat klaar voor jullie! Ja dat weten we, maar als u in de geul blijft liggen, wordt het wel wat lastig invaren. Eenmaal in de sluis worden we snel opgeschut en praten met de VNFer. De man vertelde ons, dat het jacht inderdaad de schutting wilde nemen. Ja, ze wisten wel, dat het na bedieningstijd was, maar hij was er toch dus kon die hem toch wel effe schutten! De VNFer had hem duidelijk gemaakt, dat dit tegen de protocollen was. De sluis stond klaar voor de vrachtvaart. “Een vrachtschip”, die hadden ze niet gezien, had de jachtenschipper als antwoord gegeven. Dat is raar, ik heb net doorgekregen, dat het vrachtschip hier nog wil doorschutten. Het jacht beweerde geen vrachtschip te hebben gezien. Het zullen onze vrolijke kleuren zijn, die maken, dat we niet op een vrachtschip lijken, althans voor deze leek dan. Eenmaal boven was de tijd ook voorbij en wij gaven aan, dat we in de port du garde bleven voor de nacht en morgen om 07:00 bij de volgende sluis zouden zijn.

Wat je zegt, moet je ook waarmaken. Dus beginnen we lekker op tijd om voortijdig bij de sluis te arriveren. Het is 06:40 uur de sluis is  in zicht en staat groen! Ze zijn de hele reis al fanatiek. Het moet niet gekker worden. In de ene sector is tijd, tijd en daarmee basta. In de andere sector willen ze zelfs tot na 21:00 uur doorgaan en zijn ze er ook nog eens zeer bijtijds. Nog even en je kunt de hele nacht door. Goed eerst deze sluis maar eens in.

De man van de VNF had er zin in en was erg vrolijk. Hij vertelde ons, dat hij er al om 05:50 uur was en tot zijn verbazing geen schip. Hij snapte er niets van. Had hij zich vergist in de sluis? Dan maar bij de volgende sluis kijken, echter daar waren we ook niet. Maar weer terug naar de sluis wat ze hem hadden doorgegeven. Ah, gelukkig zag hij ons om 06:30 uur varen. Wederom waren we voor 07:00 door de sluis. Tja als we dit hadden geweten had hij niet zolang hoeven wachten, maar om standaard een uur van te voren te gaan wachten en drijven, voor het geval, dat er iemand eerder is of komt is natuurlijk ook geen optie. Er zijn immers vaste tijden. Hij zal wel wakker gelegen hebben en gedacht “ik kan toch niet slapen, dus ga maar naar mijn werk.” Tja, dat krijg je als je geen hobby’s hebt ;-). Nog twee rivier pandjes en dan op naar de tunnel van Fouq. Echter eerst moet dat grote jacht nog aan ons voorbij. We krijgen zelfs een fles lekkere Luxemburgse bubbels, omdat we ze weer voorbij laten en dat is toch wel heel attent van ze.  Gelijktijdig zeggen we tegen elkaar, die zien we vanavond of morgen weer. Zo wordt onze voorraad mousserende wijn wel weer mooi aangevuld. We moeten er hartelijk om lachen. Na de tunnel van Fouq, zien we de Isme liggen, die op ons heeft gewacht. Hele goede kennissen uit Zwitserland. Het is eigenlijk nog iets te vroeg om te stoppen. In Fouq worden we door een vriendelijke geïnteresseerde jongeman uitvoerig op de foto gezet. We doen nog een paar sluisjes. Ik moet ook nog twee bandjes plakken (ja ja Thijs, dat moest nog steeds gebeuren ;-) ik weet het “Schande”. Toen we vast lagen hebben we de fietsen aan de wal gezet en samen met Peter naar de Isme gefietst. Een hele gezellige avond gehad, bij gekletst en lekker gegeten. Daarna met zijn drieën weer berg af gefietst, terug naar het schip. Een van de bandjes bleek nog steeds lek, dus onderweg nog snel wat lucht erbij in gepompt. Het is gemeen koud en we hebben een glad voordek. Het vriest hier notabene. We nemen afscheid van Peter, die daarna weer terug fietst. Wij duiken lekker in ons mandje. Het was een lange maar goedlopende dag.

Om zeven uur beginnen we met de eerste sluis nr: 18 en maken ons op weg naar Toul. Om 08:40 zien we het grote jacht weer drijven boven sluis 24. De vrouw was niet blij en keek dan ook zeker niet vrolijk. De man zag de humor er wel van in. Hij vraagt ons waar we heen moeten? Ons antwoord was Arles! Toen was het even stil, Arles dans le Sud de la France? Dat is nog een heel eind, zei die vervolgens en gaan jullie door de Vogezen? Jazeker! Oh…… wij ook, was zijn antwoord. Volgens mij zijn ze hun voorraad  flessen gaan tellen. Na Toul hebben we ze niet meer gezien. Zouden ze een poging hebben gewaagd om via Nancy voor ons in de Vogezen te komen. Wie zal het zeggen. De bubbels waren in ieder geval heerlijk. Nog bedankt daarvoor.

Op naar Neuve Maison. Het is wel weer even lekker om wat dieper water onder het vlak te hebben en weer met een klein snorretje te mogen varen. Op naar de Vogezen. We varen nog boven sluis 42 en maken daar vast aan een klein kaaitje zonder bolders. Gewoon aan de bomen. Heerlijk rust! Dat hadden we gedacht om 19:30 uur stuift er nog een jacht aan ons voorbij. Toch wel tot onze verbazing. Hoe kan die nog opgeschut zijn? Hij vaart zo hard voorbij, dat wij zelfs lichtelijk scheef vallen. Ik roep nog “doucement”, naar de beste man, die het scheepje gelijk tot stilstand brengt en ook aan een boom vast knoopt. Ja, jullie hebben de eerste schutting morgen. Wij vertrekken pas om 09:30 uur. Ze wilden in Charmes stoppen. Dat gaat dan mooi uitkomen voor hun, maar ook voor ons.

 

In Charmes staat er een Fransman aan de kant en die begint over van alles en nog wat te babbelen. Zelfs over hoe slecht het met werk is in het zuiden, wat er gaat komen en hoeveel ton. Onze mond zakt open van zoveel info. Even later herkennen we hem van vorig jaar. Toen stond hij op 4 september ook naast het schip. Hij volgt ons op de site en wist al, dat we er aankwamen. We maken even een praatje en varen weer verder. Bij sluis 28 Portieux varen we uit en als ik achterom kijk komt daar een zeiljacht de Katydid om de bocht scheuren. Dat wordt hier in de korte panden tobben. Onze vrees wordt bewaarheid. Elke keer als we vlak voor de sluis varen wordt er water onder ons weggezogen. Dit kon wel eens een lange dag worden vandaag.

Het is bijna 16:40 en we doen toch maar even een belletje naar Golbey. Die nemen een beslissing en hebben uiteindelijk het jacht maar even stilgelegd. Morgen in het lange pand kunnen ze ons voorbij  De dag is nu voor hun immers zo goed als om.

De volgende ochtend beginnen wij bij Nomexy en stomen lekker op, zelfs het valleitje loopt lekker. De VNF bij sluis 15, wilde wel de officiële papieren van het schip zien en een kopie ervan hebben. Wij protesteerden eerst wel, maar uiteindelijk hebben we het wel gegeven. Ons inzien ’s hadden ze dat bij Givet moeten doen. Als er iets niet in orde is voor hun idee in Givet dan, kun je nog op tijd een andere route nemen. Echter nu hierboven, is gewoonweg belachelijk. Nadat alles goed bevonden was, mochten we weer verder het valleitje omhoog. Suzanno moest echter nog wel wat kwijt. Als we boven zijn en het pand staat te laag dan blijven we in de sluis liggen en is de vaart gestremd. Het enige wat hij daarop zei was, dat hij daar niets aan kon doen. Alles is automatisch! Onzin! Eenmaal boven eerst maar eens gekeken en ja hoor het stond buitengewoon goed. Was dit puur toeval of…… Nu konden we ook ongestoord verder. We hebben alleen stil gelegen, toen het haastige jachtje omhoog schutte. Daarbij wilde hij in het bezit zijnde van een marifoon ook nog eens onaangekondigd  passeren op het eerste rechte stuk, wat uitgerekend een erg slecht pand is. Hij stootte met zijn scheepje op de zijkant van onze achterschip en kon het scheepje even niet meer houden. Toen toch maar even gezegd, dat hij beter zijn marifoon kon gebruiken. Over een km is er namelijk een verbreding en daar kun je er aan voorbij. Wij weten heel vaak precies de plekjes waar het goed kan en dat is voor iedereen prettig. Het hele pand loopt verder buitengewoon goed en aan het einde van de dag maken we bij de laatste brug vast.

De volgende ochtend miste er weer meer als 10 cm. We zijn gelukkig niet scheef gevallen, zoals de vorige twee overnachtingen. Om 07:00 beginnen we aan de eerste Trusey en alsof de duvel er mee speelt, daar ligt het zeiljachtje weer. Ze namen een vrije dag, want er was ziekte aan boord. Ze moesten hier naar een dokter. Dat zijn inderdaad natuurlijk uiterst vervelende situaties. Wij varen deze dag redelijk door. De eerste sluizen worden voor ons klaar gezet en dat is toch plezierig en scheelt ook veel wachttijd. We maken ons op naar sluis 9. Daar heeft de Essex een paar week geleden klem gezeten met 5,06 breed. Wij zijn 5,07 breed.

In Nederland en Givet hadden we al aangegeven, dat we er aan kwamen dus konden ze er tijdig iets aan doen. Dat hadden ze ook gedaan. Er stonden 3 VNF auto’s en 4 mannen. De sluis staat in de manuele stand. Heel, heel voorzichtig invaren is geboden. Werkelijk millimeterwerk. Eenmaal in de sluis gaan de deuren dicht en wordt er eerst uitvoerig gemeten en strepen op de muur gezet. Aan elke zijde hadden we 2 mm over. Het duurde 45min voor we beneden waren. Ze beseften, dat het heel secuur en vooral voorzichtig moest gebeuren. De chef was druk bezig met streepjes te zetten op die plekken, die nog enig kapwerk behoefden. Er zal binnenkort weer een kleine stremming aankomen. Wij gaan verder met de afvaart. We komen nog door sluis 29 en maken aan de bomen vast, tegen een muurtje. Dit gaat verbluffend goed. Het is heerlijk rustig hier, maar wederom de hele nacht regen.

 

De volgende ochtend maken we ons op voor een laatste dag Vogezenkanaal en dit loopt heel voorspoedig. Bij de een na laatste sluis voor Corre willen de deuren niet fatsoenlijk open, daar er een dood reetje tussen ligt. Een sluismeester, die naar ons toe komt vertelt ons, dat het diertje steeds weer terug komt. Hij heeft hem vandaag al drie keer de sluis uit gesluisd. Misschien toch maar beter om het uit het water te halen, maar ja dat is natuurlijk geen leuke bezigheid. In Corre tanken we nog even wat drinkwater en babbelen we met de sluismeester. We gaan daarna gelijk weer verder. We kunnen er namelijk nog eentje doen sluis Ormoy nr 1. Boven de sluis van Cendrecourt leggen we mooi vast op de palen.

We starten de volgende ochtend met de mededeling van de VNF “vaar vooral rustig en blijf in de midden.!” Hoezo? Het pand staat erg laag, doordat de centrales er wat te veel uitgetrokken hebben. Nou mooi is dat. Jullie wisten toch, dat wij eraan zaten te komen.  50 cm beneden peil is toch wel erg veel. Dat wordt zeker heel rustig varen. We zijn er zeker een uur langer mee bezig dan normaal. Gelukkig ging het allemaal goed op wat kwaaie visser mannen na, die tijdens en na onze passage achter hun hengels aan moesten rennen. Het is toch ook bizar, ze zitten aan de ene oever en hebben hun hengels zover uitstaan, dat de dobbers zo’n beetje aan de andere oever liggen te drijven.

 Op weg naar Port-sur-Saône alwaar we wonder boven wonder soepel door de Porte du Garde komen, vervolgen we onze weg naar Ray sur Saone. Bij elke Port du Garde blazen we op de hoorn. Niet, dat het hier wat helpt hoor. De meeste huurjachtenvaarders, die voor het eerst op pad zijn weten niet eens wat het betekent en of horen het niet eens. Zo hebben we tot drie keer toe een heus jacht voor de kop bij de port du garde. Het gaat allemaal goed maar een aantal snappen niet, dat je er niet zo snel door bent en kijken dan toch wel dusdanig, wat je nou niet bepaald een vrolijk vakantie gezicht mag noemen!

De meesten zijn vaak met een fles wijn al aardig aan het genieten van het rode vocht tijdens het varen. Een jacht vol met jongeren, die we met de verrekijker volgen, die al zoveel op hadden, dat ze nauwelijks nog op hun benen konden staan, maar wel aan het varen waren. Ze laveren om ons heen en belanden met een doffe dreun in de wal. Hierdoor geraken twee man bijna overboord. Ze proberen op de rivier aan een boom vast te maken aan een dun takje, die knapt als wij weer voorbij gaan. Die zijn nog wel even bezig, voordat ze echt goed liggen. Soms levert het wel grappige momenten op, maar soms toch ook wel griezelige.

Op naar Charentenay. Daar worden we opgewacht door Hans met de viervoeters bakboord en stuurboord, de beide zusjes die dartelend langs het kanaal struinen. We worden in de sluis uitbundig door ze verwelkomd. Het weer is vandaag niet om naar huis te schrijven, maar het is droog. We blijven beneden de sluis op de palen liggen en Hans komt ons halen met hun fluisterstille bootje. Ja hier werkt de veerdienst nog op dit tijdstip.

Die avond maken we kennis met Ollie, die heel erg veel van wijn af weet en interessante plannen heeft met hele oude bijna uitgestorven rassen. Hij spreekt Duits maar ook uitstekend Frans. Het is boeiend en leerzaam, iemand zo gepassioneerd over wijnen te horen praten. Peter, die zoals gewoonlijk de culinaire honneurs waarneemt, had als voorgerecht  Oeuf en Coquotte gemaakt, wat in het Frans al heerlijk klinkt en dan heb je het nog niet eens geproefd.  Als hoofdgerecht een overheerlijke lams-mintschotel, welke bijzonder mooi in balans was met de ernaast geserveerde rijst en een heerlijke frisse salade. Ollie had daar een mooie Saint Emilion bij uitgezocht, die vol van smaak was met krachtige tonen van rood fruit en tannines. We hadden mazzel, dat we onze vingers nog hadden toen het toetje van rode bosvruchten met ijs deze verrukkelijke en gezellige maaltijd afsloot. Bij dit laatste gerecht had Ollie voor een hele mooie dessertwijn gekozen een Jurancon, die als je hem in de mond hebt zoet begint en met een licht zuurtje eindigt. Een bijzondere streling voor de tong. We drinken nog een kopje koffie met elkaar en terwijl de verschillende talen uitbundig in elkaar overvloeien, verstrijkt ongemerkt de tijd. Aan alle gezelligheid komt altijd op een gegeven moment weer een eind en dat was ongemerkt al in de vroege uurtjes. We nemen afscheid van elkaar en Hans brengt ons met de auto naar boord. We genieten nog even na van het zware tafelen en duiken dan in ons mandje.

We vertrekken om 08:30 uur weliswaar met nogal kleine oogjes, maar hadden een tijdsafspraak gemaakt met de sluismeester, dus ’s avonds een man of vrouw ’s morgens natuurlijk ook. Het is druk op het jaagpad. De fotograaf uit Port sur Saône  staat al klaar  en een VNF auto kijkt of we inderdaad vertrekken. Peter, Hans en Ollie staan aan de overzijde vanaf hun landgoed ons uit te zwaaien. Op  richting Gray. Beneden de sluis van Gray is het duidelijk zo droog, dat we nauwelijks voorwaarts komen. Het pand staat veel te laag, grindgeluiden zijn hoorbaar. Dat is niet fijn. Als de rivier ons weer voortbeweegt laten we ons rustig glijden tot aan de brug. Na de brug varen we naar Apremont, sluis 17. Beneden is het allemaal bagger. Ook richting Heuilley, lang stuk rivier en een lang stuk dichtgegroeid kanaal. Hier zijn we niet vooruit te branden met slechts 1,4 km per uur. Die sluis halen we dan ook niet meer. Waterplanten, takken en bladeren allemaal troep komt achter de kont naar boven. Uiteindelijk maken we op de palen vast en hebben sterk het vermoeden, dat er wat in de schroef zit. Ik controleer met de pikhaak en na 1 keer trekken met de haak voel ik het al. Bingo, dat wordt het water in. Eerst even wat kleins eten en met schemer kruip ik in mijn pak, fles op de rug en plons. Brrrr, het is nog wel fris dat water. Halfuurtje snijden en de schroef is weer vrij. Vishaken, visdraad van hengels, stuk kleding en een heus visnet (helaas zonder inhoud). Niet te geloven, het ging nog wel zo goed deze reis.

Vanaf hier Heuilley zitten we de volgende ochtend weer op ruimer vaarwater, beneden de sluis van Heuilley is het nog even pruttelen, maar al snel vaart het lekker weg. De sluizen Poncey les Athees en Auxonnes zijn nog voor spitsen ,maar na Saint Jean de Losnes  groot vaarwater en grote sluizen. Nu kunnen we plannen wanneer we gaan aankomen.

We hadden al op de Maas aangegeven, dat we plusminus aankomende donderdag  / vrijdag als aankomst dag zouden kunnen halen. Dat blijkt nog steeds zo te moeten kunnen lukken. Er is echter wel een nationale Franse stakingsdag afgekondigd. Die blijkt nu op de donderdag te gaan vallen. Als het verkeerd uitpakt, omdat het druk is op de Rhône, dan kon het ook nog wel eens krap worden. Er staat niet veel stroom. De Saône en Rhône zullen we echt zelf naar beneden moeten duwen. Dat is niet erg maar dan is woensdag als melde dag wishfull thinking. Tenzij we weer racerat gaan spelen. Dat was eigenlijk niet de bedoeling. We krijgen te horen, dat het lossen of donderdag middag of vrijdag wordt. Dan moeten we er natuurlijk wel zijn.

We doen ons best, aan ons zal het niet liggen. De stakingsdreiging zit het losbedrijf ook niet lekker. Je kunt niets met die onzekerheid.  Dus blijft de afspraak los-vast, maar vrijdag zijn we er zeker. Niet alleen wij, maar de hele Rhône vloot lijkt wel in beweging. Het is razend druk op Saône en Rhône. Het schiet niet op. Op de Saône moeten we vaak wachten op vaart wat nog graag mee wil schutten. Als we in Lyon zijn, waar we meestal even een stop hebben voor wat verse inkopen besluiten we dit keer  toch maar door te varen. We bunkeren wel in Loire en komen die avond toch nog bij Valence.

Vanaf Valence is het toch nog een hele stevige woensdag varen om door Beaucaire te komen. De dag begint goed, de sluizen staan klaar voor ons en we schutten tot Logisneuf vlot door. Daar roepen we de sluis en die maakt hem klaar voor ons. Even later roept de Swiss Pearl ook de sluis. Dit terwijl hij nog 13 km weg is en een snelheid van 14 heeft, echter wel accelereert als hij hoort dat er gewacht gaat worden. De sluis roept ons op met de mededeling, dat we niet mogen invaren. Er volgt een discussie, wij mogen namelijk niet als eerste de sluis in. Suzanno verteld de man, dat we ook beroepsvaart zijn, voor het geval het hem ontgaan was. Nee volgens hun regels mag het niet. “Oh hebben jullie het over veiligheidsregels”? Dan moeten de kleine schepen juist eerst. Het heftige schroefwater van die grote passagiersschepen en het feit, dat die het teveel werk vinden om het schip ordentelijk vast te maken is juist onveilig voor ons. Daarbij meldt de goede man zich veel te ver van te voren en moeten we ook nog eens minimaal drie kwartier wachten. Dit slaat helemaal nergens op. Zij hebben niet alle rechten. Plots wordt het toch groen voor ons. We varen de sluis in en maken helemaal voor in de sluis vast. Nu werden we zelfs uitvoerig bedankt door de sluis, dat we zo ver mogelijk naar voren waren gegaan.

Tot klaarblijkelijk groot ongenoegen van de Swiss Pearl, die nog wat pruttelt tegen de sluismeester Tja en nu moesten ze werken, want het schip moest worden vast gemaakt. Dit was wel een heel duidelijk bewijs waar het hier om ging. De matrozen snapten niet hoe ze dit moesten doen. Het was werkelijk schokkend.  De kapitein moest zelfs uit zijn stuurhut komen om aanwijzingen te geven. Anderhalf uur later vanaf het moment, dat wij hadden opgeroepen kwam er beweging in het geheel.

Inmiddels lag de Eridan ook al boven de sluis. Dus we konden onze berekening al wel gaan maken. Door alle ergernis ging de Swiss Pearl ook nog eens langzaam aan doen, maar wel net zo varen, dat wij bij Chateauneuf de sluis net niet meer konden halen. Toen wij 3 km boven de sluis waren zat hij er nog maar net in. We zagen de deuren nog net dicht gaan. Asociaal gedrag. Toen wisten we nog niet, dat het kat en muis spel nog maar net begonnen was. Toen de sluis eenmaal weer terug was en we in konden varen riep de Eridan op, welke nog slecht 8km had te gaan met een snelheid 22 km per uur. Er wordt ons gevraagd of we erop zouden willen wachten. Ja hoor, voor integere collega ‘s doe je dat zonder probleem. Hij zette zelfs zoveel bij, dat die er in een mum van tijd was. We schutten gezamenlijk af en wie schiet vlak voor ons kop richting Bollene. Jawel de Swiss Pearl, de Eridan die het nog wel even wou proberen om de SP bij te houden gaf het ook al snel op en riep ons op als je iets bij zet schutten we samen. Halverwege ziet de Swiss Pearl, dat de Eridan kalm aan doet en mindert ook weer snelheid.

Tot aan de sluis van Avignon loopt de Swiss Pearl te irriteren. Je ziet het gewoon aan het vaargedrag. De Eridan is er zo Gallisch van, dat die zelfs over de marifoon wat pruttelde en hij legt hem vast beneden de sluis van Avignon. Het lijkt wel oorlog hier op de Rhône. In ieder geval zal het voor ons een latertje worden om door de laatste sluis te komen. Die hebben we moeten bestellen voor de passage van 23:30. We schutten nog af en maken beneden de sluis vast.

Vlak boven de sluis van Avignon kregen we overigens nog een telefoontje, dat het pas maandag wordt met lossen. Grote schepen, die in aantocht waren om in Arles te lossen kregen voorrang en hadden er ook specifiek op gevaren om de stakingsdreiging te ontlopen. Het was drukker dan gewoonlijk in Arles. Grote schepen zijn duurder om te laten liggen wachten. Dus zijn wij deze keer “de klos”.  Alhoewel dit wachten wel betaald moet worden door de ontvanger.

 

Donderdagmorgen stap ik op tijd mijn bed uit en beginnen we met het laatste stukje. Met het  schroefje in het werk zijn we in anderhalf uur op de losplek. Even met de papieren naar de ontvanger. Die neemt deze vrolijk in en stopt ze in een map. Hoho, ik wil wel graag, dat je op de achterkant  even de aankomst dag en tijdstip noteert. Oh nee, dat doen we nooit. Ik uit mijn ongenoegen nog even, maar niets hielp. Was nu Suzanno er maar, wat weer een misselijk gedoe. De vorige keer was het al precies het zelfde liedje hier. Dan maar een telefoontje naar kantoor.

Enerzijds vinden we het ook niet erg, niet direct te hoeven lossen. De Mistral waait zo heftig, dat het hier een zwijnenbende is. Zelfs op de palen beneden de loskaai. Op de palen boven de loskaai mochten we niet liggen,  omdat de zeeschepen moesten kunnen verhalen.

Donderdagmiddag even Arles in. In de stad zelf heb je gelukkig geen last van die harde Mistral. We strijken neer op het terras vlak naast het etablissement waar ooit van Gogh schilderde. Genieten een wijntje en bestellen een heerlijke met honing overgoten camembert, salade en brood. Als we terug komen aan boord ligt er allerhande troep aan boord van roeststof, zand tot boomschors. Een raam open zetten is hier geen optie. Ondanks, dat we een winddichte stuurhut hebben vinden we na een dag al voldoende stof binnen.

Vrijdags doen we wat inkopen, en als we terug komen ligt de Shiva op de palen boven de loskaai. Wij gaan geladen bij hun opzij. Zo hebben we een gezellige avond met elkaar. De Mistral is eindelijk gaan liggen. Carlos de viervoeter laat van zich horen en is als altijd even vrolijk en begroet ons dan ook zeer uitbundig. Hij vindt het heerlijk, dat hij letterlijk temidden van het gehele gezelschap op het voordek mag liggen. Met vertrouwde geluiden om zich heen valt hij tevreden in slaap.

Zaterdag marktdag in Arles. Het is stralend weer. We gaan op de fiets er naar toe en een ieder doet de nodige inkopen van fruit, groente tot lekkere kaasjes en olijfjes, waarna na de nodige voorbereidingen een lekkere en vooral gezellige BBQ op het voordek volgt.

We zijn tevens aan het experimenteren met de zonnepanelen, we laten de boiler er tussen de middag op verwarmen 2700 watt. De panelen laden hier met 65 ampère en we hebben 12,9 kilowatt per dag aan opbrengst.  Ach, zo kunnen we het wel een week of wat uithouden hier zeggen we tegen elkaar.

Zondag rommelen we allemaal wat aan en drinken gezamenlijk koffie in het heerlijk zonnetje. Eva en ik strekken ’s middags de benen en lopen Arles in. Het is heerlijk hier zo in het zuiden te zijn. Als we terug komen heeft Anne een verrukkelijke vegetarische schotel klaargemaakt, welke we met elkaar op het voordek nuttigen. We maken het niet te laat, want morgen moet er weer gewerkt worden.

Maandagmorgen schuift een ieder op zijn plek. De Shiva om rijst te laden en wij om gelost te worden. Mooi weekeinde gehad en de wind is inmiddels gedraaid naar het zuiden en er dreigt een serieuze weersomslag van regen. De rijst van de Shiva mag niet nat worden en onze kunstmest ook niet. Het blijft daardoor open en dicht leggen. We hebben zelfs tot op een kier dicht moeten leggen met een werkende bobcat in het ruim. Een wonder, dat de man dit uberhaupt wilde,  het was er namelijk blauw van de uitlaatgassen. Tot overmaat van ramp gaat bij ons de loskraan kapot. Er wordt besloten om met de kranen te wisselen, waardoor wij op de plek van de Shiva en zij op ons plekje moesten gaan liggen om verder te kunnen lossen cq laden. Arles op zijn best.

In de tussen tijd lijkt het, dat we ook nog eens aan de reis gaan geraken. Deze week nog te laden in Arles voor Ludwigshafen. We hebben echter nog geen charter dus we zijn nog aan het dubben. Doen, niet doen, wachten op rijst voor Gelsenkirchen of voor Valenciennes. Wetende, dat er een aantal schepen met een garantiereis van Gio onderweg zijn en ja natuurlijk de wetenschap, dat ze je een paar weken aan het lijntje kunnen houden zou de keus niet moeilijk moeten zijn. Maar zo snel als dit, was nu ook eigenlijk ook weer niet de bedoeling. Zo kunnen we onze plannen om wat onderhoud te plegen wel weer in de kast zetten. Maandag leeg en woensdag morgen misschien weer geladen.

Nadat we leeg zijn in de namiddag en de papieren nu toch afgetekend hebben gekregen na ze op hun plichten te hebben gewezen zakken we af naar de palen in de stad. We maken gelijk schoon, zodat we morgen eventueel nog iets aan de vloer zouden kunnen doen.

Dinsdagmorgen gaat de telefoon. De controleur belt “waar wij wel niet zijn”? In de stad op de dukdalven! Ja, hij was gisteravond al op de laad kade en kon ons niet vinden. Ik kom uit Marseille. Suzanno vertelt hem “Er is ons niets meegedeeld, dat er iemand zou komen.” We hebben ook nog geen charter ontvangen. Daarbij lig je niet schoon aan de kade. Ze vertelt hem, dat hij hier langs kan komen. Ja maar, als ik het niet kan vinden moeten jullie hier komen bij de kade. Dat gaan we niet doen en ze legt uit waarom niet.  Jullie willen een schoon en geverfd ruimvloertje, dus dat gaan we niet in Arles aan de laad / los kaai doen met deze zuiden wind. Een uurtje later komt hij aanstappen. Kleine zuidelijke Fransman, die de stap van de trap naar het schip net niet voorelkaar krijgt. Een hand biedt uitkomst. Hij wil naar beneden in beide ruimen en maakt veel foto’s van alles en vraagt of we de vloer willen verven. Ja, dat waren we al van plan. Verder vertelt hij, dat het tijdens het laden niet mag  waaien. Woensdagmorgen vroeg lijkt ons dan het beste tijdstip. Zo goed als geen wind, volgens de Franse meteo. De vrachtauto’s staan al klaar vertelt de man, maar ik moet het ruim morgenvroeg eerst nog even keuren. De auto’s zullen met tussenposen van 10 minuten komen. Dan zijn we dus ook in twee uur vol, maar we hebben helemaal nog geen charter geef ik aan. Het lijkt hier wel hollen of stilstaan. Dit is wel heel erg on Zuid Frans.

Dinsdagmiddag hebben we gezamenlijk de vloer in de verf en hier en daar ook de zijen nog even geplekt. Snel nog wat goede wijn in slaan, die wordt overigens netjes bij het schip afgeleverd door de man van de Cave en nog even de laatste voorraad boodschappen gehaald. ’s Avonds valt via de email het charter bij ons binnen. We besluiten nog dinsdagavond om naar de kade te gaan. Zo snel hebben we nog nooit terug geladen hier in het zuiden en dan ook nog eens op de zelfde plek van waar we zijn leeggekomen. De wonderen zijn de wereld nog niet uit.

 

 

Reacties: 2

1
UserJohn
Date / Time07.07.2014- 19:28:47

Met regelmaat lees ik jullie reisverslagen, telkens geniet ik weer met volle teugen hoe je er weer met liefde een prachtig verhaal incl de foto's van kan maken. In gedachten vaar ik dan gewoon lekker mee....

Harte groet.

2
UserGeke
Date / Time15.06.2014- 09:33:28

Deze beelden roepen herinneringen bij mij op, toen ik als jong meisje op mijn fietsje met het schip van mijn ouders meereed. Mijn oudere zus en ik mochten de sluizen open draaien.

ik bewaar daar zoete herinneringen aan, maar is al 55 jaar geleden.

hartelijke groet vN een francofiel uit Emmen.

Nieuwe reactie schrijven:

Vult u alstublieft de met * gemarkeerde velden correct in. (JavaScript en Cookies moeten geactiveerd zijn).
Naam: (Verplicht) *
email: (Verplicht veld wordt niet openbaar gemaakt.) *
Homepage:
Uw opmerkingen: *
 
Voegt u alstublieft de numerieke code in:*
Captcha
Powered by CMSimpleRealBlog
smiley smiley