a way of life

 

Start

Welkom op de site van de Travelers.

 

 

Van mooi tot Rampzalig.

woensdag 16 juli 2014

Arles – Ludwigshaven.

Van een mooie reis tot een rampen reis.

Na een zeer onzuid Franse start liggen we klaar voor de nieuwe reis aan de laadkade van Arles. De controleur van gisteren staat al klaar tesamen met een man van de Firma. Alles wordt nog even gecheckt en ook worden er nog wat foto’s gemaakt van het ruim. Ja het ziet er allemaal goed uit. De kraan draait warm en de eerste vrachtauto’s kiepen hun vracht al op de kade. We kunnen beginnen. 

 

Het laden gaat heel erg mooi.  De jonge kraanmachinist doet zijn uiterste best om met de kolossale grijper de lading er in te laten zakken. Al snel zitten er drie vrachtwagens in. Dit gaat echt mooi. Zullen we dan voor het eerst in het Zuiden in twee uur vol zijn? Vrachtwagen 4 en 5 zijn er ook al. Zo kunnen we straks nog een mooi stuk doen, zeiden we al tegen elkaar. De vrachtauto’s moeten toch even ten noordoosten van Marseille komen, uit het plaatsje Gardanne. Nou wordt er door onze gewaardeerde collega Ad altijd gezegd, prijs de dag niet voor die om is en daar heeft hij dan ook meer dan gelijk in, want toen viel het even stil. Vrachtwagen 6, 7 en 8 waren kennelijk de weg kwijt. De baas, vast een noordelijke Fransman was al druk aan het bellen. De wind begint langzaam aan te wakkeren, op de kade begint het al enigszins te stuiven. De baas meldt het kan een uurtje duren, maar ze zijn al wel onderweg.

Inmiddels groeit het aantal mensen op de kade. Er lopen er zeker al 15 man rond. Iedereen heeft wat te vertellen. Eindelijk komen de laatste drie wagens binnen. Alles wordt keurig op bultjes geladen en als de laatste er in zit leggen we de luiken snel dicht. Nog even de IJken opnemen en klaar. Volgens onze IJk hebben we iets meer in dan 225 ton. We liggen echter mooi. Achter 1,80 m en voor 1,83 m. We zijn blij, dat we inmiddels dicht liggen, want de zuiden wind is inmiddels al stevig aangewakkerd tot hard bft 7 en zelfs met stormachtige vlagen.  Alle papieren worden verder klaar gemaakt en met een uurtje kunnen we dan op weg. Men wenst ons een goede reis.

Daar gaat ie dan, op naar Ludwigshafen. Ik spoel het schip af, zodat we het meeste stof kwijt zijn. We varen die dag nog door naar Saint-Etienne-des-Sorts. Eerst proberen we aan de rechter oever vast te maken, maar daar blijkt, dat we met het gangboord onder de rand van de dukdalf komen. Dat lijkt ons geen goed idee voor de nacht. Dan het schip maar rondgooien en naar de linkeroever afzakken, daar staan palen. Er staan inmiddels echt pittige golven, die zijn zeker een dikke meter hoog en op het korte stukje stroomafwaarts wordt er dan ook flink gebuisd. Als we vast liggen is het inmiddels al weer donker.

Morgenvroeg maar eens opnieuw bekijken waar we gaan komen. De kanaalstukken zijn heel goed te doen. Beauchastel zou de volgende stop kunnen zijn en daarna Lyon. Overal wordt regen voorspeld, maar een echte stijging blijft gelukkig uit.

In Lyon hebben we na het tanken een vrije zaterdagmiddag en zondag. De voorraadkast, koelkast en vriezer vullen we zondag snel even aan met allerhande lekkere verse spulletjes. We hebben deze keer mazzel, dat we met de rijping van de kersen noordwaarts gaan. In Arles hadden we ons al ongans gegeten in die prachtige rode juweeltjes.  In Lyon hebben we  weer een voorraadje meegenomen. We hebben er gewoon een kersenbuik van gekregen. We besluiten ’s middags na de markt alvast te vertrekken, omdat het dan heel mooi uitkomt met een ontmoeting, die we onderweg zullen hebben met Ger en Tineke van de Cambio. De bedoeling is om elkaar ergens in de buurt van Macon te gaan zien.

Maandag gaan we ons eerst maar even aanmelden, dat we de Saone op komen en de Vogezen door willen. We weten zo wie zo, dat ze op de kleine Saone, geprivatiseerde elektrische centrales hebben draaien en ze hierdoor overal het water lager hebben staan dan het normaal behoort te zijn. Daarbij zijn ze ook nog steeds bezig met een stuw, waardoor het peil ook naar beneden is afgesteld. Een belletje van te voren kan echter wonderen verrichten.

Bij Macon komen Ger en Tineke en familie bij ons op zij. Er wordt weer honderd uit verteld over en weer. Over alle mooie plekjes, die ze al hebben bezocht onderweg en die ze nog willen gaan bezoeken. We nuttigen met elkaar een door Tineke heerlijke, zelfgemaakte aspergesoep met een broodje. Buiten komt er een schip met zure appelen aan en pakken donkere wolken zich samen en het klettert even later letterlijk uit de lucht. We hebben een hele gezellige avond met elkaar en de tijd vliegt dan ook voorbij.

 

De volgende dag gaat een ieder zijn ’s weegs. Het weer is duidelijk veranderd en ziet er de hele ochtend dreigend uit. Pas in de namiddag klaart het weer wat op. Als we in de sluis van Seurre liggen staat plots de sluismeester naast het schip met een mandje. Je raadt het vast al……… kersen. Hele mooie kersen, en die konden we natuurlijk weer niet weerstaan. We vroegen wat ze moesten kosten. Hij vroeg slechts €3,00 per kg. Het zou ongeveer 2 kg zijn. Dus namen we de hele inhoud van de mand. Ze waren verrukkelijk. De man blij en wij niet minder.  ‘s Avonds overnachten we in Saint Jean de Losnes.

De volgende dag bellen we voor de zekerheid nogmaals met de Barragist, zodat hij weet waar we zijn. Hij roept gelijk: “ als jullie in de sluis van Heuilley zitten, even weer bellen, dan doe ik de centrale dicht”. Dit werkt zowaar echt. Alles staat netjes op peil. Het kan dus wel, althans met een beetje goede wil! Bij de sluis van Rigny (15) komen Johan en Gemma uit Groningen langs op hun doortocht naar Nederland. Zij hebben een heerlijk tijd in Italië achter de rug. We hebben buiten op het voordek een heel erg gezellige avond met een hapje en een drankje, maar de avond koelt dit keer snel af. Die zelfde avond komt de Barragist nog even langs om te vragen of we in Ray blijven liggen. Ja ja, dat dacht hij al maar voor de zekerheid……. 

De volgende ochtend gaan wij weer bijtijds weg, terwijl er in het campertje nog volop rust heerst. Het is onderweg hier en daar ietwat mistig. Na de tunnel van Savoyeux komen Hans en Peter ons tegemoet, gezellig met de beide viervoetige zusjes, die het maar al te mooi vinden, dat ze mee mogen. Wat zijn het toch happy honden, dat straalt er gewoon vanaf. Er worden foto’s gemaakt naast even vluchtige gangboordpraat. We worden nog ingehaald door een huurjacht en de mensen vragen ons of we het geen probleem vinden om hun voorbij te laten. Wat ons betreft niet, geef maar gas. Als we het jacht niet meer zien, zeggen we tegen elkaar. Die heeft echt even goed gas gegeven. Als we bij de Port du Garde in het kanaalstuk voor Ray aankomen, zien we ze weer drijven. Deze Port du Garde staat gewoon open! De onervaren toeristen blijven maar draaien aan die stok. De lichten staan uit en er gebeurt dus helemaal niets. Ze moeten er wel een half uur gedreven hebben en ondertussen maar aan die stok draaien. Tot er van de andere kant een jachtje aankwam, die er gewoon door voer. Ach zo, tja dan kunnen wij dat ook! Zelfs als de lichten het niet doen heb je toch altijd nog lichten ;-).  Het is ook allemaal niet makkelijk zo’n eerste keer op een huurjachtje, maar wel een leuk avontuur, zo hebben ze zeker mooie verhalen voor hun dagboek. Door dit soort van tafereeltjes op verschillende momenten van de dag lopen wij wel de hele dag met een glimlach op ons gezicht.

Als we in Ray aan komen kunnen we of op de palen of tegen de zandbank aan. We kiezen voor het laatste. Makkelijker voor vanavond om na het tafelen via de loopplank weer aan boord te komen. We gaan eerst even lekker in de achtertuin zitten met een glas bubbels en kletsen gezellig bij. Aansluitend moet ik nog even de scheepshoorn repareren, en als die weer lawaai maakt, is de nabije goegemeente weer helemaal wakker. De voorbereidingen voor de maaltijd worden gemaakt. Ook deze keer tovert Peter weer een heerlijke maaltijd op tafel. De avond vliegt door alle gezelligheid voorbij.

De volgende ochtend starten we niet al te vroeg. Om 08:30 uur vertrekken we. De rivier staat goed en dan loopt het ook lekker. We hebben dit keer meer jachten, die jacht op ons maken, maar het lukt ze steeds net niet om bij te komen. Tot de tunnel van Saint-Albin. Hier gaat het allemaal niet zo snel meer. Hierdoor moest de afvaart even wachten. Ik was lopend al photo’s makend over de bult gegaan, terwijl Suzanno de vernauwing en de tunnel door voer. Ik kon het gemopper van een paar Zwitsers van verre horen.  Wat is dat domme schip daar in die tunnel aan het doen. Ik heb het eerst aangehoord en er vervolgens toch even op gereageerd, “het zal wel een vrachtschip zijn”. Ai, dat was helemaal foute boel. “Te diep geladen zeker” en “dat die hier nog mogen varen, belachelijk gewoon”.  “Pardon”, was mijn reactie. “Ik ben van dat vrachtschip en wees blij, dat vrachtschepen het hier op diepgang houden anders is het hier gauw gebeurd ook voor jullie”. De man had kennelijk slechte ervaringen met vrachtvaart en was zelfs zo verbolgen, dat hij met zijn schuitje niet eens aan de kant wilde voor ons. De hoorn moest hem duidelijk maken, dat het zo alleen maar langer zou gaan duren, wanneer hij de vaargeul niet zou verlaten. Inmiddels waren alle ogen op hem gericht en werd hij toch wel wat zenuwachtig. Onze hoorn maakt nogal wat lawaai en inmiddels had hij het schaamrood op de kaken staan. Uiteindelijk gingen ze dan toch maar aan de kant en konden wij gewoon weer verder. Deze ervaring zal hem wel niet nader tot de vrachtvaart brengen. Hij was dan ook wel de eigenaar van zijn eigen probleem. Ondertussen hadden wij ook al een stuk of 5 huur jachten achter ons aan. Die zelfde avond weten we toch nog in Cendrecourt (2) te geraken.

 

Dat bultje beneden de sluis van Corre mogen ze ook wel eens weg baggeren. Eenmaal in de sluis tanken we nog even wat drinkwater, zodat dat weer vol is. Alle kanaalpanden staan goed. We komen tot Fontenoy waar we netjes vastmaken bij een ijzeren pleziervaartuig ooit een vrachtvaarder geweest. We hebben een mooie dag achter de rug. We drinken een glaasje in de laatste zonnestralen op het voordek en gaan dan naar binnen om een hapje te eten. Morgen met frisse energie er weer tegen aan.

Het is zondag 1 juni en we worden  door een oude rot van de VNF geholpen en alles draait dan ook op rolletjes. Daar waar het wat slechter is zorgt hij er voor, dat we er toch goed doorkomen. Bij een van zijn laatste sluizen waar we invaren ruikt Suzanno een vreemde chemische lucht. Ze kijkt buiten waar het weg kan komen en ziet overal in het gangboord, naast de stuurhut en bij de autokraan een doorzichtige olie liggen. De sluisdeur maakt ook een vreemd brommend geluid. Dit blijkt de oorzaak te zijn. Er spuit hydrauliek olie uit en dat geeft een aardige vieze bende. De sluismeester verontschuldigt zich ervoor, alhoewel hij er persoonlijk niets aan kan doen. Hij belt wel gelijk en maakt er melding van.  Beneden de 19 gaat het even wat minder, maar na een uurtje liggen we dan toch in de sluis. De 19 is tevens zijn laatste sluis, want bij sluis 18 komen we in een andere sector.

Hier is de waterstand beduidend slechter. Des te verder we omhoog komen, des te meer er aan mankeert. Hier begint dan ook de ellende, die we in een officiële  verklaring naar de VNF toe hebben beschreven. Zie hieronder zowel in het Nederlands als in het Frans.

 

Verklaring opgemaakt d.d. 02 juni 2014

Betreft:

-situatie aangaande het keer op keer niet willen voeden van de panden in het canal des Vosges door de PC Golbey

-begeleiding van personeel, die beschonken is en handtastelijk gedrag vertoont.

We hebben ons reeds op vrijdag de 30ste mei 2014 telefonisch aangemeld bij het beginpunt van de Vogezen.

Corre 00 33 3 84 92 51 11. Deze heeft alles genoteerd en ons verzekerd, dat ze er alles aan zouden doen om de panden te controleren en op peil te zetten voor onze passage.

Hij raadde aan ook even met Toul  00 33 3 83 43 04 69 te bellen om door te geven, dat we hun regio naderden. Zo gezegd zo gedaan.

Corre binnenkomend verliep alles soepel en tot en met sluis 19 stond alles correct op peil. We hadden begeleiding, die voortdurend aanwezig was om evt. sluisproblemen direct te kunnen oplossen. Ze kennen hun traject en weten waar het soms schort aan de techniek. Dit deel heeft een uiterst vriendelijke en behulpzame equipe

 

Vanaf sluis 17 begonnen helaas echter de problemen.

Hier was duidelijk te weinig water in het pand aanwezig zeker 25cm. Als je met de schroef wisselend net in en uit het werk vaart kun je dit tekort nog enigszins compenseren. Echter van normaal varen is dan al geen sprake meer.

Hier kwam ook een andere VNFer in beeld, die voor het volgende traject dienst had.

Dit betreft dan de sector Golbey. Alwaar de ervaringen van onze collega unaniem en vooral uiterst teleurstellend zijn. Onlangs aangehoord van de Safari en de Shiva. De VNF equipe alhier heeft een zeer ongeïnteresseerde houding. Rijdt weg daar waar ze weten, dat er altijd problemen zijn met sluizen en of panden. Daar komt nog bij, dat je door de slechte telefonische verbinding in deze regio ook geen contact met ze kunt leggen dus ontstaat er een onaangename situatie van ergernis bij de varenden en ontkenning van het VNF personeel. Het VNF terrein personeel wordt niet serieus genomen als ze hun bevindingen melden op kantoor, want de mensen, die comfortabel achter het bureau zitten weten het beter en die zijn klaarblijkelijk de baas.

Bij ons verzoek om water kregen we te horen, dat hij contact had gehad met de PC van Golbey en die had hem verteld, dat alles op peil stond. Hij persoonlijk had niet de bevoegdheid om water te geven.

Bij sluis 14, het pand van 14 naar 13 was het dramatisch en stond het pand 35cm onder peil. We hebben nog voorgesteld om onder de brug vast te maken, omdat er elders op het traject geen mogelijkheden zijn. Zijn antwoord was echter. Nee, dat hoeft niet, want jullie kunnen op het kaaitje liggen tussen sluis 9 en 8, want daar is het 3m diep. 

Hier tussen sluis 14 en 13 konden we niet zonder de bodem met grind en keien voortdurend te raken fatsoenlijk passeren. Nog steeds werd er beweerd, dat het pand diep genoeg was en we er prima konden varen. Zelfs terwijl we vast zaten en met geen mogelijkheid vooruit kwamen. Uiteindelijk toen ik aangaf dan de politie of brandweer maar te moeten bellen, kregen we water uit het boven gelegen pand.  Kennelijk had hij nu ineens wel die bevoegdheid.

Eenmaal de sluis invarend, terwijl we nog niet volledig vast lagen bediende de VNFer reeds de deuren, die de kont van het schip schampten. We riepen nog stop, maar het interesseerde hem klaarblijkelijk niet.

Opgeschut  merkten we, waar dit roekelose, onprofessionele gedrag door kwam. De man had een kegel van alcohol om zich heen hangen.

Hij gedroeg zich onprofessioneel en stond er op met de aardig dame (van het schip) op de foto te komen. Met een beschonken persoon is discussiëren zinloos. We stonden de foto toe, waarop hij zich als een dronken lor over de schouder van de aardige mevrouw liet hangen.

Het was duidelijk, dat deze man zijn werk niet veilig kon uitvoeren. Met de PC konden we telefonisch geen contact krijgen. Zeer slecht telefonisch gebied. We hebben de politie gebeld en de situatie uitgelegd. Ze zouden langs komen.

 Intussen baggerden we ons een weg door het totaal niet op peil staand kanaal. De VNFer was nergens meer te bekennen. Bij sluis 10 kwam hij weer terug met de mededeling, dat we beneden sluis 9 moesten blijven liggen. Iets wat we niet begrepen, omdat je daar niet fatsoenlijk kunt liggen. Toen hij zag, dat het 17:45 was moesten we toch maar door en vast maken op het kaaitje tussen sluis 9 en 8.

Al baggerend en voortdurend de bodem rakend bij sluis 9 aangekomen, die nog steeds onder constructie is en waar juist begeleiding had moeten zijn, was de man gevlogen. Boven gekomen ligt het bewuste kaaitje vol met jachten. Daar kunnen we niet bij op zij. We bellen via de intercom met de PC en vertellen wat er aan de hand is. Als ik meld, dat de VNFer dronken is dan word de hoorn er op gegooid en het gesprek is afgekapt.

De politie arriveerde bij sluis 9 en vroegen waar de VNFer was gebleven. Weggereden in noordelijke richting. Ze bellen met de PC, die ik net ook had opgeroepen. Echter deze krijgen geen duidelijke richtlijn over waar de VNFer zou kunnen zijn. Wij geven onze ervaringen nogmaals door aan de Gendarmerie en willen daarna onze weg vervolgen maar sluis 8 is uitgezet. Er branden hier geen lichten meer. We kunnen echter ook niet de hele nacht blijven drijven. Nadat de Gendarmerie contact heeft gehad met de PC gaan de lichten weer aan en kunnen we onze weg vervolgen. Op dat moment zien we in de verte een wit VNF autootje rijden.  Wij vertrekken.  De VNFman arriveert bij sluis 9 en wordt aangehouden, moest blazen en werd afgevoerd.

Wij varen verder. Dit blijkt het enige pand wat op peil staat.  Bij sluis 8 komt er een chef uit de Regio Corre, die weekend dienst heeft. Hij hoort het verhaal aan en belooft wat te gaan regelen. Echter telefonisch verkeer is in de Vogezen nauwelijks mogelijk, dus zoekt de man een betere telefoon positie.

Wij varen door naar sluis 7 en weten, die nog voor 19:00 te activeren. Hier schutten we op. Tijdens het uitvaren komt er een andere VNFer, die ons verder moet begeleiden. Deze wil ons boven sluis 6 laten vast maken.

Hij kan echter niet garanderen, dat we ’s nachts niet scheef vallen. Doordat hun meetinstrumenten een variabel toestaan van 10cm en dus niet correct zijn afgesteld. Het water gaat ’s nachts 10 cm op en neer. Een schip zou immers nooit scheef moeten kunnen vallen tijdens de nacht en ook nooit de bodem moeten kunnen beroeren tijdens de vaart. Dus hun instrumentarium zorgt voortdurend voor problemen.

Echter toegeven doen ze dat niet. De enige reactie, die je krijgt is “mijn computer zegt, dat het pand op peil staat”. Daar kun je het meedoen terwijl de werkelijkheid totaal anders is. De vorige keer hadden we een dienstdoende sluismeester, die de PC om water vroeg, echter deze man stuitte op dezelfde muur. Dit gebeurt iedere keer weer, als wij of collega’s hier door de Vogezen moeten.

Onze nieuwe begeleider overlegd met de PC en dit is een vervelende discussie. De man (ene Serge) op de PC wil naar huis. De VNFer moet nu zelf manueel voor ons de sluizen bedienen. In overleg wordt er bepaald, dat vastmaken boven sluis 5 de enige veilige optie is. Echter om daar te komen is allesbehalve makkelijk.

Tussen sluis 7 en 6 liggen we volledig vast. Er zit geen beweging meer in. Niet vooruit, niet achteruit. Hij zal heel veel water moeten geven willen we los kunnen komen. Dit besluit hij dan ook te doen. Het is een lijdensweg. Het kraakt en knerst onder het vlak en we zijn er niet gerust op, dat dit geen kwalijke gevolgen kan hebben.

Hij geeft 10 minuten water en we komen daarmee 5 meter vooruit. Er wordt nogmaals 10 minuten lang water gegeven en tesamen met de onstane golven komen we voorwaarts en geraken we in de sluis. We maken vast en wat we al vreesden gebeurde er zijn giga bassinees ontstaan door het water geven.

Gelukkig weten onze sterke touwen het schip te houden. Echter de VNF doet de deuren dicht net op het moment, dat de bassinee de sluis uit loopt en zo raakt hij met de deuren de roeren.  Wij staan inmiddels aardig te trillen op ons benen. Piet gaat eerst de roeren checken voor zover dat überhaupt mogelijk is. Het lijkt er op, dat we wellicht mazzel hebben. Ze reageren op het eerste gezicht normaal. Ofschoon je niet kunt voorzien wat hier allemaal nog achter weg kan komen.

Het volgende pand staat hierdoor ook weer onder peil, dus zullen we wederom moeten wachten tot we verder kunnen. Bij deze sluis ligt het jacht Marian, die ons vertelt, dat de dronken VNFer hun melde, dat sluis 5 waarin ze aan het afschutten waren en panne was. Dit begrepen ze niet, want de sluis functioneerde immers gewoon. De VNFer had echter de sluis gewoon gedeactiveerd en daardoor lagen ze beneden in de sluis opgesloten, zonder dat hun verteld werd wat er verder ging gebeuren. Onze nieuwe sluismeester, komt terug om te zien of het water geven al enig resultaat geeft. We moeten nog even geduld hebben voor we verder kunnen naar sluis 5 alwaar dit onverkwikkelijke avontuur eindigt voor vandaag.

De sluismeester is van de ene verbazing in de andere gevallen. Verlaten die dicht moesten staan stonden open en die open moesten staan stonden dicht. Hij heeft zich een keer in de rondte gerend om alles weer gecorrigeerd te krijgen, wat de dronken man had teweeg gebracht.

Maandag 02 juni 2014 zullen we een verklaring eisen bij de VNF in Golbey, waarin alles opgetekend dient te worden wat er gebeurd is en stellen we ze verantwoordelijk voor de eventuele hieruit voort vloeiende schades aan vlak en roeren.

Maandagmiddag 02 juni 2014 tussen 17:00 en 18:00 een gesprek gehad met dhr Y. Payot geassisteerd door mevr. C. Lecuirot. Deze hebben ons verhaal aangehoord en opgetekend. Dhr. Payot gaf aan, dat de beschonken man sancties kan verwachten. Ze waren blij met onze kritieken, want die krijgen ze nooit van de scheepvaart. Dit bevreemde ons zeer, daar het in de hele scheepvaart al 10 tallen jaren gonst over de zeer onprettige werkwijze in het district Golbey. Ik vertelde hem tot slot, dat vandaag nog bij de automatische sluis 11 in het valleitje van Golbey ons de schrik om het hart sloeg. 10 meter voor de sluis gaat het licht op rood, waardoor we volaan in de achteruit moesten om de deuren niet te raken. Dit gemeld bij de PC, die melde, dat ze niet wisten, dat we eraan kwamen. Na al die ellende nog steeds niet? Vervolgens meldt de PC, dat we overigens niet door de 14 komen, want het pand van 14 naar 15 staat te laag.  Er komt uiteindelijk een sluismeester, die vertelt, dat we in sluis 14 moeten blijven liggen. Ze gaan het pand vullen, terwijl wij met open sluisdeuren en doorspoelend water vast liggen. Even later als alles op peil staat kunnen we de VNF ontvangen om ons beklag te doen.

We hopen, dat deze brief verduidelijkt hoe moeilijk of zelfs bij tijden onmogelijk het is om met onwelwillende equipes van de VNF in de Vogezen met name sectie Golbey te moeten werken met alle gevolgen van dien en spreken daarbij sterk de wens uit dat, dit soort situaties definitief tot het verleden gaan behoren. 

Ellende zonder ende.

Vervolg op de calamiteiten van zondag en maandag.

Maandag 02 juni 2014, nadat we het gesprek hebben afgerond met dhr. Y. Payot varen we nog een stukje. We besluiten op de palen bij de grindloskade te gaan liggen, ondanks het vriendelijke aanbod van de VNF te mogen doorvaren tot en met 20:00.

Dinsdag hebben we een redelijke dag. Er komt nog een VNFer (de heer Dropinski) langs, die ons opwacht bij sluis 24. Als we vast liggen bedient hij de sluisactivatiestok voor ons. Hij komt naar de stuurhut en wil terwijl we zakken in de sluis even snel een verklaring over onze roeren opstellen. Ik geef aan, dat de heer Payot volledig op de hoogte is en dat ik weinig behoefte voel om het hele verhaal nog eens te moeten weergeven.

Wij varen uit en gaan naar de volgende sluis. Daar staat hij wederom met de vraag. Nu echter mogen we boven in de sluis (25) blijven liggen om in het kort een weergave te doen, die hij noteert en ons in het netschrift bij sluis 26 overhandigd. Hiermee zegt hij, hebben we een officieel document waarmee de VNF aangeeft verantwoordelijk te zijn. Op mijn vraag wanneer ik de andere verklaring mag verwachten over de andere calamiteiten, van te kort aan water en overal over de stenen te zijn gehobbeld, antwoord hij, dat hij alleen opdracht had ontvangen over deze kwestie. Hij meldt ons overigens nog, dat we die avond in principe makkelijk op het pont canal van sluis 43 zouden kunnen komen. Volgens ons wishfull thinking. We zullen echter voor 18:00 contact maken met hem.

Die middag bel ik nog maar even met mevrouw Lecuirot, die aangeeft, dat ze met de verklaring bezig zijn. Ik laat haar weten, dat ik inmiddels ook bezig ben zeer minutieus het verhaal op papier te zetten en dat ik er een officiële tolk op heb gezet, zodat ze van mij het verhaal ook toegestuurd krijgt, omdat ik dit document ondertekend door hun voor de verzekering nodig ben. Ik informeer nog hoe ik hun document ga ontvangen en het antwoord is, dat dit per email het makkelijkst zal zijn.

We vervolgen onze weg op redelijke wijze, alhoewel we in het pand tussen sluis 32 en 33 alwaar ze de oevers hebben gerestaureerd, nauwelijks vooruit komen met 1.5 km per uur . Dit is bizar, want 3 weken terug en eveneens vorig jaar september met dezelfde diepgang, zijn we er zonder problemen door gekomen. Het valt ook op, dat er vandaag voortdurend een VNF busje rond rijdt.

Aan het eind van de dag komt er nieuwe assistentie een bijzonder vriendelijke man (Michel), die opdracht heeft ons tot 20:00 te begeleiden naar een goede overnachtingsplaats, waar we niet scheef zullen vallen voor de nacht. Dit wordt uiteindelijk in het pand boven sluis 38. 

Woensdag 04 juni 2014 vaart het prettig door. Voordat we bij de vernauwing zijn van een oude reeds lang geleden verwijderde brug minderen we al vaart, want we zijn door de Shiva en de Safari gewaarschuwd, dat ze daar in de vernauwing lelijk hebben geraakt op iets hards.

 We besluiten er stapvoets door te glijden. Als we met de kop net de vernauwing uit zijn schiet onze kop door een harde dreun naar stuurboord. We glijden nog iets door maar dan is het echt gebeurd en is de weinige gang, die we hadden er volledig uit. Piet probeert een opening te vinden om er door te komen. Vaart ietwat achterwaarts en manoeuvreert het schip in een positie, waar we verwachten er door te moeten kunnen komen.

Tijdens het manoeuvreren vliegt er van alles door de schroef takken, stenen en aan de doffe dreunen te horen lijken het wel boomstammen. We komen niet vooruit en niet achteruit zonder gigantische dreunen te vernemen. We bellen onze itinerant, die ons extra water gaat geven. Piet vindt het schroefwater er echter ook vreemd uitzien en gaat met een pikhaak voelen of hij ongerechtigheden kan ontdekken. Hij komt terug met een rood hoofd van ontsteltenis. Hij verteld, dat hij vreest, dat er een roer afgebroken is. We besluiten om het schip aan een boom vast te maken, zodat Piet in duikuitrusting te water kan.

 Ik verwittig intussen de itinerant en de PC, zodat ze de vaargasten kunnen tegenhouden. We gaan het roer welke gelukkig nog aan een veiligheidsketting bungelt in de autokraan hangen, zodat die gezekerd is. Intussen moet er wederom met de verzekering contact worden opgenomen om dit drama door te geven. Zij gaan zoeken naar een reparateur in Nederland en zullen tevens de VNF in Epinal, die het hoofdkwartier blijkt te zijn van dit district verantwoordelijk stellen.

Piet onderzoekt gelijk hoe diep het hier is en meet op hoeveel breedte er nog over is voor het doorlaten van jachten. Het blijkt hier 2.20m diep te zijn en er is nog een breedte over van 5.00m. Dit geven we door aan de itinerant, die daarop de verzameling jachten rustig kan laten passeren.

Intussen heb ik contact met de secretaresse van de heer Payot en leg alles aan haar uit. We zijn uitgevaren. Zij zal regelen, dat er iemand komt die een verklaring opstelt. We hebben overigens de verklaring nog steeds niet van de zondag. De dag, dat we de hele dag over de stenen zijn gehobbeld door te weinig water en werden begeleid door een stevig beschonken itinerant.

We proberen de ontvanger te bellen om deze te informeren over de vertraging, die we hierdoor gaan oplopen. We krijgen echter een fax aan de lijn, dan maar de bevrachter verwittigen. De bevrachter is geschokt en wenst ons heel veel sterkte en zal de ontvanger hierover inlichten. We zullen contact houden. Ze wijst ons er nog op, dat we een signification justificativ de retard moeten laten uitschrijven door de VNF voor de ontvanger. Dit is een bevestiging van de VNF, dat er door hun toedoen vertraging is ontstaan. Dit kan pas als we weten wanneer we weer en route kunnen.

We krijgen ‘s middags bezoek van mevrouw Perin, die responsable d’exploitation blijkt te zijn, dus over de waterweg gaat. Zij noteert het een en ander maakt foto’s en we krijgen een verklaring over het gebeurde in de vernauwing en het daardoor gebroken roer. Zij wordt geassisteerd door de itinerant Michel.

Nadat al het papier werk is gebeurd, besluiten we met toestemming van de verzekering, mits alles met uiterste zorg geschiedt, ons te laten verslepen door een tractor naar een definitieve plek een  100  a 150m verderop. Daar liggen we rustig en kan een reparateur aan boord komen.

 

Te bedenken, dat wanneer men de ervaringen, onlangs nog door gegeven door de vrachtschepen Shiva en Safari, aan de Centrale Post van Golbey met betrekking tot deze specifieke plek, serieus had genomen, al deze ontstane ellende niet had hoeven plaats te hebben.

Déclaration, établie le 02 juin 2014

Concerne :

- la situation à propos des refus fréquents de la part du PC de Golbey d’alimenter les biefs du canal des Vosges.

- l’accompagnement par un agent itinérant des VNF qui se trouve en état d’ébriété et se livre à des attouchements indésirables.

 

Vendredi, le 30 mai 2014, nous avons déjà annoncé notre arrivée au début des Vosges par téléphone : Corre 00 33 3 84 92 51 11. Le représentant des VNF en a pris note et il nous a assuré qu’ils feraient tout pour contrôler les biefs et mettre les eaux à niveau, dans le but de notre passage.

Il nous a conseillé de téléphoner également à Toul : 00 33 3 83 43 04 69 afin de leur annoncer que nous allions approcher leur région. Ce que nous avons fait aussitôt.

Une fois arrivés à Corre tout s’est déroulé sans encombre et jusqu’à l’écluse № 19 le niveau des eaux était partout comme il faut. Nous avons été accompagnés par des agents itinérants qui étaient tout le temps présents pour résoudre les problèmes éventuels aux écluses. Ceux-ci sont parfaitement au courant de leur trajet et savent où, des fois, la technique faut défaut. L’équipe de cette section est tout à fait aimable et secourable.

 

Cependant, à partir de l’écluse № 17 les problèmes ont surgi, hélas.

Dans ce bief-là, il y avait visiblement un manque d’eau d’au moins 25 cm. En actionnant et puis en stoppant alternativement l’hélice, nous avons pu compenser cela quelque peu. Néanmoins, il n’était plus question de naviguer de manière régulière.

Ici se manifestait également un autre itinérant des VNF, qui était de service au trajet suivant.

Il s’agit du secteur de Golbey. En ce qui concerne ce secteur, nos collèges ont des expériences similaires qui sont des plus décevantes. Récemment les mariniers du Safari et du Shiva nous ont appris leurs histoires comparables. L’équipe des VNF de ce secteur témoigne d’une attitude très indifférente. Les itinérants partent, bien qu’ils sachent qu’il y ait toujours des problèmes avec les écluses et/ou les biefs. Par-dessus le marché, on ne peut pas se mettre en contact avec eux à cause de la mauvaise réception téléphonique dans cette région, et alors il se produit une situation désagréable d’irritation auprès des mariniers et de dénégation auprès du personnel des VNF. Il nous semble que les itinérants des VNF ne sont pas pris au sérieux lorsqu’ils rapportent leurs constatations au service VNF de leur secteur, vraisemblablement, les gens qui sont installés confortablement derrière leurs bureaux le savent mieux que quiconque et ce sont eux qui dirigent.

Car quand nous avons demandé un supplément d’eau à l’itinérant sur place il nous a appris qu’il avait eu contact avec le PC de Golbey, qui lui aurait dit que les eaux étaient à niveau. L’itinérant lui-même n’avait pas le droit d’élever le niveau des eaux sans en avoir eu l’ordre.

À l’écluse № 14, le bief du 14 au 13, la situation était dramatique, ce bief se trouvait à 35 cm en dessous du niveau des eaux officiel. Nous avons proposé de nous amarrer sous le pont, car plus loin au trajet il n’y a plus de possibilités. Sa réponse a été : « Non, ce n’est pas nécessaire puisque vous pourrez accoster entre les écluses № 9 et 8, il y a une profondeur de 3 mètres au quai là-bas. »

D’ici-là, entre les écluses № 14 et 13, nous n’avons pas pu passer convenablement sans toucher sans cesse les graviers et les cailloux au plafond du canal. On prétendait toujours que la profondeur du bief était suffisante et que nous y pouvions parfaitement naviguer. Et cela même au moment où notre bateau s’était échoué et nous ne pouvions plus continuer d’aucune manière. Finalement, quand j’ai fait savoir d’être obligé, dans ce cas, d’appeler la police ou les pompiers, nous avons eu un supplément d’eau du bief supérieur. De toute évidence, l’agent itinérant avait subitement le droit de le faire.

Quand nous étions encore en train de rentrer dans l’écluse, au moment où le bateau n’était pas encore tout à fait amarré, l’itinérant à déjà actionné les portes qui ont par la suite éraflé la poupe de notre bateau. Nous avons encore crié de stopper, mais, manifestement, il ne s’y intéressait pas.

Une fois éclusé en amont, nous avons pu constater la raison de ce comportement irréfléchi et incompétent. L’homme en question puait l’alcool à plein nez.

Il se conduisait de manière non professionnelle et a insisté d’être pris en photo avec la gentille dame (du bateau). Il est inutile de discuter avec un homme qui est ivre. Nous avons admis la photo, et il s’est penché ensuite comme un soûlard sur l’épaule de madame.

Il était évident que cet homme ne pouvait pas faire son travail sans risques. Il nous était impossible de contacter le PC par téléphone. À cet endroit la réception téléphonique est très mauvaise. Nous avons appelé la police et expliqué la situation. Ils nous ont promis de venir.

Entretemps nous nous traînions, tant bien que mal, par la boue du canal, qui n’était pas du tout à niveau. L’itinérant ne se montrait plus. À l’écluse № 10 il est revenu pour nous annoncer que nous devions nous amarrer en dessous de l’écluse № 9. Ce que nous ne comprenions pas, car il est impossible de s’amarrer là-bas de manière convenable. Quand il a vu qu’il était 17h.45, il nous a dit de continuer et de passer la nuit au quai entre les écluses № 9 et 8.

Tout en pataugeant dans la boue et en heurtant continuellement le plafond du canal, nous sommes enfin arrivés à l’écluse № 9. Cette écluse est toujours en construction, et à cause de cela il y aurait dû être de l’assistance, mais l’homme avait détalé. Une fois éclusé en amont, le quai en question se trouve être occupé par des bateaux de plaisance. Il est impossible de s’amarrer à côté de ces yachts avec un bateau de commerce. Nous contactons le PC par l’interphone afin d’expliquer la situation. Quand je rapporte que l’itinérant a trop bu, mon interlocuteur raccroche et la communication est coupée.

Les gendarmes arrivent à l’écluse № 9 et ils nous demandent où se trouve l’agent itinérant des VNF. Celui-ci est parti en voiture en direction du nord. Ils téléphonent au PC, que je venais d’appeler par l’interphone. Mais les gendarmes n’obtiennent pas d’indices précis sur le lieu où l’itinérant pourrait se trouver. Nous transmettons encore une fois nos constatations à la Gendarmerie en nous voulons ensuite repartir, mais l’écluse № 8 est mis hors de fonction. Les feux de l’écluse sont éteints. Cependant, nous ne pouvons pas laisser notre bateau à la dérive toute la nuit. Après que la gendarmerie a eu contact avec le PC, les feux sont rallumés et nous pouvons continuer notre route. À ce moment, on voit au loin une voiture blanche des VNF. Nous partons. L’itinérant arrive à l’écluse № 9 et il est arrêté, il doit faire un alcootest est emmené par les gendarmes.

Nous continuons et nous constatons que ce bief-ci est le seul bief dont le niveau des eaux est irréprochable. Une fois à l’écluse № 8, il arrive un chef de la région de Corre qui est, ce weekend, en service de permanence. Il écoute notre histoire et nous promet de régler quelque chose. Toutefois, la communication téléphonique est difficile aux Vosges, donc cet homme va chercher une meilleure position pour pouvoir téléphoner.

Nous continuons en direction de l’écluse № 7 et nous parvenons à activer cette écluse avant 19h.00. Ensuite nous éclusons. Quand nous sommes en train de sortir de l’écluse, un autre agent itinérant des VNF arrive qui est censé de nous assister pour le reste du trajet. Celui-ci veut que nous nous amarrions au-dessus de l’écluse № 6.

Toutefois, il ne peut pas nous garantir que notre bateau ne va pas s’échouer et s’incliner pendant la nuit. Cela tient au fait que leurs instruments de mesure permettent une variabilité de 10 cm, et ne sont donc pas ajustés correctement. Les eaux peuvent monter et descendre jusqu’à 10 cm pendant la nuit. Un bateau ne devrait jamais s’incliner pendant la nuit et également ne jamais toucher le plafond du canal pendant la navigation. Leurs instruments causent donc de problèmes perpétuels.

Néanmoins, ils ne l’avouent pas. La seule réaction qu’ils donnent est : « Selon mon ordinateur les eaux du bief sont à niveau. » C’est tout ce que l’on obtient, tandis que la réalité est tout autre. L’autre fois nous avons eu un éclusier en fonction qui demandait lui-même au PC d’élever le niveau des eaux, mais cet homme s’est heurté au même mur. Ceci se répète à chaque fois que nous, ou nos collègues, doivent passer par les Vosges.

Notre nouvel accompagnateur des VNF se met en délibération avec le PC mais c’est une discussion désagréable. L’homme au PC (un certain Serge) veut aller à la maison. Maintenant, l’itinérant doit actionner les écluses lui-même et manuellement. Ensemble nous en venons à la conclusion que la seule option sans danger est de nous amarrer au-dessus de l’écluse № 5. Pourtant, il n’est pas facile d’y arriver.

Entre les écluses № 7 et 6 nous restons entièrement bloqués. Il n’y a plus de déplacement possible. Pas en avant, pas en arrière. L’itinérant devra laisser entrer beaucoup d’eau pour nous libérer. Ce qu’il décide alors de faire. C’est un vrai calvaire. Les craquements et les grincements sous le fond du bateau n’en finissent pas et nous craignons que cela puisse avoir de fâcheuses conséquences.

Il laisse couler les eaux pendant 10 minutes et cela nous aide à avancer de 5 mètres. Encore un fois le bief est alimenté en eau pendant 10 minutes et, ensemble avec les vagues ainsi produites, nous avançons et pouvons rentrer enfin dans l’écluse. Nous nous amarrons, mais ce que nous craignions déjà arrive : l’alimentation subite en eau a crée des bassinées gigantesques.

Par chance, nos amarres fortes arrivent à tenir le bateau. Mais juste au moment où la bassinée sort de l’écluse, l’agent itinérant des VNF ferme les portes, ce qui a pour conséquence que les portes butent contre les gouvernails. Vous comprenez qu’entre-temps nous avons les jambes qui flageolent. D’abord, nous allons contrôler les gouvernails, dans la mesure du possible. Il semble que nous avons été chanceux, car au premier abord les gouvernails réagissent normalement. Il n’empêche qu’on ne peut jamais prévoir ce qui en résultera plus tard.

Le niveau des eaux du bief suivant est également trop bas, à cause de ce qui précède, et il nous faut donc attendre encore une fois avant de pouvoir continuer. Le plaisancier Marian est amarré près de cette écluse, les propriétaires nous racontent que l’itinérant ivre des VNF leur avait dit que l’écluse № 5, dans laquelle ils étaient en train de descendre était en panne. Ils ne l’ont pas compris, puisque jusqu’alors l’écluse fonctionnait normalement. Mais cette homme avait désactivé l’écluse, et ils se trouvaient donc bloqués en bas dans le sas, sans qu’on leur à dit ce qui allait arriver par la suite. Notre nouvel éclusier revient pour voir si l’alimentation en eau qu’il a effectué donne déjà le résultat espéré. Il nous faut encore patienter un peu avant de pouvoir continuer à l’écluse № 5 où cette fâcheuse aventure se termine pour cette journée-là.

L’éclusier dit d’être allé de surprise en surprise. Des vannes qui devaient être fermées étaient ouvertes et d’autres qui devaient être ouvertes étaient fermées. Il a du travailler comme un fou pour corriger le désordre que l’ivrogne avait occasionné.

Lundi, le 02 juin 2014, nous allons exiger une déclaration auprès des VNF à Golbey, dans laquelle tout ce qui s’est passé doit être consigné et dans laquelle nous les rendons responsables pour les dommages éventuels au fond de notre bateau ainsi qu’aux gouvernails.

 

Ce lundi, le 02 juin, de 17h.00 à 18h.00, nous avons eu un entretien avec monsieur Y. Payot, assisté par madame C. Lecuirot. Ceux-ci ont écouté notre histoire et en ont pris des notes. Monsieur Payot nous a fait savoir que l’homme ivre doit s’attendre à des sanctions. Ils disaient être contents de nos paroles critiques, car ils n’en ont jamais eu de la part de la batellerie. Cette remarque nous étonnait, car les rumeurs sur les très désagréables méthodes de travail dans le secteur de Golbey s’élèvent dans la batellerie depuis des dizaines d’années. Finalement, je lui ai raconté que le jour même nous avions été effrayés à l’écluse automatique № 11, dans la vallée de Golbey. À une distance de 10 mètres de l’écluse le feu est passé tout à coup au rouge, donc il nous a fallu faire marche en arrière et mettre lez gaz le plus vite possible pour ne pas buter contre les portes. Nous en avons informé le PC, qui nous a dit qu’ils n’étaient pas au courant de notre arrivée. Toujours pas, après toute cette misère? En outre le PC nous fait savoir que nous ne pouvons pas passer l’écluse № 14, car le niveau des eaux dans le bief entre les écluses № 14 et 15 était trop bas. Enfin, il arrive un éclusier qui nous dit que nous devons rester dans l’écluse № 14. Ils vont remplir le bief, pendant que nous sommes amarrés dans l’écluse, avec les portes ouvertes et les eaux qui affluent et refluent. Un peu plus tard, quand les eaux sont à niveau, nous pouvons recevoir les représentants des VNF, mentionnés ci-dessus, pour porter plainte.

Avec cette déclaration, nous espérons vous avoir expliqué que c’est très difficile, voire impossible à certains moments, de travailler avec les équipes désobligeants des VNF dans les Vosges, en particulier dans la section de Golbey, avec tout ce qui s'ensuit, et nous souhaitons vivement que de telles situations vont définitivement appartenir au passé.

 

Naviguer « de malheur à catastrophe »

La suite des calamités de dimanche et lundi.

Lundi, le 02 juin 2014, après que notre entretien avec monsieur Payot s’est terminé, nous reprenons notre route pour quelque temps. Nous décidons de nous amarrer aux pieux à la hauteur du quai de déchargement de graviers, ceci malgré la proposition aimable de la part du représentant des VNF qui nous autorisait de naviguer jusqu’à 20h.00.

Mardi, le 03 juin 2014, se trouve être une journée assez raisonnable. Il arrive encore un autre représentant des VNF (monsieur Dropinski), qui nous attend à l’écluse № 24. Quand nous sommes amarrés, c’est lui qui manie pour nous la barre d’activation d’éclusage. Il vient à la timonerie et il veut, pendant que nous descendons dans le sas, rédiger à la hâte une déclaration concernant nos gouvernails. Je lui signifie que monsieur Payot est tout à fait au courant et que je n’éprouve pas le besoin de raconter toute cette histoire une nouvelle fois.

Nous sortons de l’écluse et nous allons à l’écluse suivante. Là, il nous attend de nouveau pour nous poser la même question. Pourtant, cette fois nous sommes autorisés à rester en haut de l’écluse (№ 25) pour raconter brièvement ce qui s’est passé. Monsieur Dropinski en prend des notes en nous rend ensuite, à l’écluse № 26, une version mise au net. Avec ceci nous avons, dit-il, un document officiel avec lequel les VNF déclarent être responsables. Si je lui demande quand nous pourrons prévoir l’autre déclaration, portant sur les autres calamités, c’est-à-dire sur le manque d’eau et le cahotement sur les cailloux au plafond du canal, il nous répond d’avoir seulement eu l’ordre de s’occuper de cette affaire-ci. Il nous signale d’ailleurs que nous pourrions facilement arriver le soir jusqu’au pont-canal de l’écluse № 43. À notre avis, c’est un peu trop optimiste. Mais nous allons prendre contact avec lui avant 18h.00.

À tout hasard, l’après-midi, je prends contact avec madame Lecuirot, qui me dit qu’on est en train de rédiger la déclaration. Je lui dis que moi-même aussi, je suis en train de mettre l’histoire minutieusement par écrit et que j’ai fait appel à un traducteur officiel pour le traduire. Ainsi, je pourrai leur envoyer également notre document afin de le faire signer, car j’ai besoin de ce document signé par les VNF pour notre compagnie d’assurance. Finalement, je demande à madame Lecuirot comment elle va nous envoyer son document et elle répond que le plus facile sera de le faire par courriel.

Nous continuons notre route de manière assez convenable, quoique dans le bief entre les écluses № 32 et 33, où les berges sont restaurées, nous n’avancions guère qu’avec une vitesse de 1,5 km/heure. C’est assez curieux, car il y a trois semaines et également au mois de septembre de l’année dernière, nous y sommes passés sans problèmes et cela avec le même tirant d’eau. Ce que nous signalons aussi, c’est qu’une camionnette VNF reste toute la journée dans les parages.

À la fin de la journée, nous rencontrons un nouvel agent itinérant des VNF, un homme très aimable (Michel), qui a eu l’ordre de nous accompagner jusqu’à 20h.00, vers un bon point amarrage où nous pouvons passer la nuit sans risque d’incliner. Finalement, nous trouvons cet amarrage dans le bief au dessus de l’écluse № 38.

Mercredi, le 04 juin 2014, nous naviguons sans encombre. Avant que nous arrivions à un rétrécissement dû à un vieux pont qui a été démoli il y a longtemps, nous ralentissons, car nous avons été avertis par les mariniers du bateau Shiva et du Safari qu’ils ont heurté quelque chose de dur dans le rétrécissement.

Nous décidons de laisser glisser le bateau au pas. Cependant, quand la proue de notre bateau vient de sortir du rétrécissement, celle-ci est percutée par un choc violent vers tribord. Le bateau glisse encore lentement un petit peu en avant, et puis nous sommes totalement stoppés. Piet, le marinier qui est à la barre, essaye de trouver une ouverture pour passer. Il recule un tout petit peu et manœuvre le bateau dans une position, où nous comptons pouvoir y passer.

Pendant ces manœuvres l’hélice se heurt contre un tas de choses : des branches, des cailloux et peut-être même des troncs d’arbre, si l’on entend les grondements sourds. Nous ne pouvons ni avancer, ni reculer sans percevoir des chocs énormes. Nous appelons notre itinérant, qui nous promet d’élever le niveau des eaux. En attendant, Piet, qui est d’avis que le sillage a un aspect étrange, va sonder au moyen d’une gaffe pour voir s’il y a des anomalies. Quand il revient, je vois sa consternation. Il dit de craindre que l’un des gouvernails se soit rompu. Nous décidons d’amarrer le bateau à un arbre, de sorte que Piet peut aller à l’eau avec son équipement de plongeur.

Entretemps, j’en avertis l’itinérant et le PC, si bien qu’ils puissent arrêter les autres bateaux. Nous allons accrocher le gouvernail – qui pend heureusement encore à une chaîne –  à la grue de voiture pour le mettre en sûreté. Nous devons également contacter de nouveau notre compagnie d’assurance pour transmettre ce drame. Ils promettent de nous chercher un réparateur aux Pays-Bas et ils disent qu’ils vont également attribuer la responsabilité de cette calamité au service des VNF à Épinal, où se trouve apparemment le bureau principal de ce secteur.

En même temps, Piet sonde la profondeur du canal et il fait la mesure de la largeur du chenal qui reste, pour voir si le passage des bateaux de plaisance est possible. Il se trouve que la profondeur est de 2m.20 et la largeur restante est de 5m.00. Nous transmettons cela à l’itinérant, qui fait passer tranquillement l’ensemble des yachts.

Pendant ce temps, je prends contact avec la secrétaire de monsieur Payot et je lui raconte ce qui c’est passé. À cause du gouvernail rompu, nous ne pouvons plus naviguer. Elle promet de nous envoyer une personne qui va dresser une déclaration. D’ailleurs, nous n’avons toujours pas reçu la déclaration du dimanche dernier: le jour où nous avons cahoté toute la journée sur les cailloux à cause du manque d’eau et où nous avons été accompagnés par l’agent itinérant complètement ivre.

Nous essayons de téléphoner au destinataire afin de lui informer sur le retard que nous allons prendre. Nous tombons sur un téléfax, alors nous décidons de contacter l’affréteur. Celle-ci est choquée, elle nous souhaite bon courage et va renseigner le destinataire de ce retard. Nous promettons de rester en contact. Elle nous signale que nous devons faire écrire un « significatif de retard » par le service VNF, à l’intention du destinataire. C’est une confirmation de la part du service des VNF que les VNF sont responsables de notre retard. Ceci ne sera possible qu’au moment où nous savons quand nous pourrons repartir.

L’après-midi, nous recevons la visite de madame Perrin, elle se trouve être la « responsable d’exploitation », alors c’est la personne qui est responsable de la voie navigable. Elle prend des notes et fait des photos et nous donne une déclaration sur les événements dans le rétrécissement pendant lesquels le gouvernail est cassé. Madame Perrin est assistée par l’agent itinérant Michel.

Après que la paperasserie est faite, nous décidons, avec le consentement de notre compagnie d’assurance – pourvu que cela se passe avec le plus grand soin – de nous faire remorquer par un tracteur à un endroit définitif, environ 100 à 200m. plus loin. Là, nous sommes amarrés au calme et le réparateur peut y venir à bord.

Pour conclure : si l’on avait pris au sérieux les expériences des mariniers des bateaux de commerce Shiva et Safari concernant cet endroit particulier, ce qu’ils ont récemment transmis au Poste Centrale de Golbey, toute cette misère n’aurait pas dû avoir lieu.

P.E.M et S.L.M Bouchier

Het hierboven vermelde stuk in het Frans is officieel uit het Nederlands vertaald door Alice Teekman. Professioneel vertaalster.

FR/2014/02303 Extrême vigilance

                                                                          FR/2014/02303

 

                                                           Nancy, vendredi 6 juin 2014

  AVIS A LA BATELLERIE N° FR/2014/02303

  Pris en application :

           Art. A4241-26

 

                          Obstacles à la navigation

                               Gêne à la navigation

 

  Extrême vigilance ( tous les usagers - dans les deux sens )

                                                                           

     - à partir du 06/06/2014 à 07:00

          Canal des Vosges (ex Canal de l'Est, branche Sud)  entre les pk 33.800 (Pont canal de Flavigny) et pk 34.625 (pont sur canal) – Rive droite

   Commentaire :En raison d'une avarie survenue sur un bateau de commerce avalant se trouvant dans le bief N° 43 Versant Moselle, celui-ci est amarré (Pk 34.000) en rive droite en attendant d'être réparé. Il occasionne une gêne au trématage et au croisement.

  Les  usagers  sont  appelés  à  la  vigilance  sur  le  secteur  concerné,  la  vitesse  devra  être

   reduite  et  les  remous  seront evités au maximum. Lors de son passage l'usager serrera au maximum la rive gauche. Une  vigilance  particulière  devra  être  observée  par  les  usagers  de  la  voie  d  eau  qui  devront  se  conformer  aux instructions données par les agents de la navigation.

   Service(s) à contacter :

  Arrondissement Environnement Maintenance Exploitation, Espace Corbin, 10 rue Poirel, 54000 NANCY Tél : 03 83 36 86 30 - Fax : 03 83 35 31 03 UTI Canal des Vosges, 1 Avenue de la Fontenelle, BP 266, 88007 EPINAL Tél : 03 29 34 19 63 - Fax : 03 29 31 14 30

  Direction territoriale Nord-Est, 28, boulevard Albert 1er, case officielle n°80062, 54036 NANCY Tél : 0383953001 - Fax : 0383985661

  Date limite d'affichage : Prochain avis.

                                                                Directeur(trice) 

Het bedrijf Misti uit Arnhem, welke wij in samenspraak met de verzekering kiezen, stuurt gelijk donderdag 05 juni iemand om het een en ander te komen demonteren voor de reparatie van het afgebroken roer en tevens de demontering van het andere roer, die voor een grondige controle mee moet, daar deze eveneens een beste dreun te verduren heeft gehad van de hydraulische sluisdeuren. Donderdagavond wordt er al een begin gemaakt en wordt er nog door Mark Pruijn tot 21.30 doorgewerkt. Hij is duidelijk van alle markten thuis en gaat zeer professioneel te werk. Vincent verricht de nodige hand en spandiensten. Daarna nuttigen we gezamenlijk de maaltijd en vertrekken zij naar het Kyriad voor de nacht, die Suzanno voor ze heeft gereserveerd. 

Vrijdagochtend starten de werkzaamheden al weer om 07:30. Het wordt een warme dag en voor de zon op zijn hoogst staat willen ze het zwaarste deel van de klus achter de rug hebben. Suzanno maakt contact met de VNF om de vaart te laten stremmen als er werkzaamheden in het water gaan plaats hebben.

Intussen heeft Piet gezien, dat de VNF een heuse kraan heeft besteld, die de brugopening moet controleren op ongerechtigheden. Het is in zo ’n geval goed, dat je er dan zelf ook bij bent. Zo heb je overzicht op wat er wel en niet gebeurd. Er was een verantwoordelijke bij van de VNF. Bijzonder was echter wel om te zien, dat daar waar we geraakt hadden niet gecontroleerd werd. Ik stond er gewapend met fototoestel de hele tijd bij, zodat ieder bewijs op de gevoelige plaat kon worden vast gelegd. Er kwam veel rotzooi uit, stenen van klein tot groot, plataan hout van dun tot dik. Het meeste werd gewoon onder de bagger gedrukt, die er mee uit kwam. Toen ze niets ernstigs hadden gevonden was de klus geklaard moeten ze gedacht hebben.

Ik zou graag zien, dat jullie op die andere plek gaan baggeren, daar hebben we namelijk geraakt en niet hier. Dit is weliswaar allemaal door de schroef gevlogen en daar worden we ook niet blij van, maar je moet ook op die andere plek baggeren. Hun reactie was: “Ja maar daar komen we niet bij en dat is niet mijn opdracht”. Oh, is dat niet jullie opdracht! Okay prima, dan doe ik mijn duikuitrusting wel aan en zoek ik zelf de bodem wel even af! Nee nee, dat mag niet, de VNFer is hier verantwoordelijk. Ja en! Dan moet je daar baggeren! De man verplaatst zijn kraan en gaat op de bewuste plek lepelen. Hij trekt zijn bak 2 keer door het water en heeft beet, een immens grote witte steen en een dikke stam van een plataan komen boven. Deze steen is niet te tillen, zelfs niet door een aantal mensen. Hij is enorm zwaar. Dat die steen er nog zo schoon uit ziet betekent, dat hij er nog niet zo lang in ligt. Zelfs de VNFer werd er effe stil van. Ik maak er direct photo ’s van en leg de meetlat erop om een goed beeld te krijgen. Dit bewijs laten we zomaar niet onder de modder verdwijnen. De photo ’s sturen we direct door naar de verzekering. Deze zal de nodige stappen nemen richting VNF.

Intussen zijn Mark en Vincent nog druk bezig om alles klaar te maken voor transport. De bedoeling was om het geheel, roeren en assen mee te nemen. Gezien het feit er geen geschikte aanhanger te huren is in de wijde omgeving, wordt er besloten om alleen de assen mee te nemen. Wij en tevens de verzekering verwittigen officieel nog de VNF, dat ze een en ander kunnen komen bekijken, voordat alles op transport gaat. Een sluisman heeft de opdracht gekregen om effe een paar fotootjes te maken met zijn telefoon en vertrekt weer. Mark en Vincent vertrekken voor de tocht naar Arnhem. Het zal een latertje worden voor ze thuis zijn. Wij bellen alles nog even door naar de bevrachter, zodat ook deze op de hoogte blijft van het geen er allemaal plaats heeft. Deze kan dan op haar beurt contact houden met de ontvanger.

In Nederland liggen onze assen niet zomaar op voorraad en deze zullen dus speciaal gedraaid moeten worden. De Pinksteren vallen er ook nog tussen. Op dinsdag 10 juni zal eerst de expert van de EFM tesamen met de uitgenodigde VNF er naar kijken in Arnhem. Deze laatsten laten echter verstek gaan.

De VNF doet terplekke (Flavigny sur Moselle) zijn uiterste best om het ons zo comfortabel mogelijk te maken. Brood wordt gebracht en als we naar de winkel moeten dan komt er een VNF autootje om Suzanno op te halen en naar de winkel te brengen. De dichtstbijzijnde winkel is de Dia, waarvoor je meer dan een beste klim met de fiets moet maken. Onze autokraan kunnen we op deze plek niet gebruiken door overhangende bomen. Dus wel prettig dat de VNF hulp biedt. Verder kom je nergens aan toe. De ene VNFer na de andere komt langs. Er wordt zelfs gepeild naast het schip om zeker te zijn of er wel wat aan ons voorbij kan, want de geladen Safari is onderweg. Er wordt bij ons een stok en een meetband geleend. “Ze zijn hier in elk geval op hun taken berekend en erg professioneel bezig”. Er blijkt meer dan genoeg ruimte en diepte te zijn. Het weer is gelukkig mooi en de dagen zijn zo voorbij. Suzanno heeft alles op papier staan en de officiële stukken zijn de deur uit. De Safari komt en maakt bij ons op zij vast voor de nacht. We drinken gezellig een glaasje op het voordek in het warme avondzonnetje en doen ons verhaal. Ze vinden het ook onbegrijpelijk, dat de VNF niets doet met de meldingen, die zij en vele andere collega’s richting PC  doen aangaande slechte panden en waterstanden. Het bedrijf, waar Hans en Anemie voor varen, heeft zich officieel in Bethune gemeld voor het transport van een duur constructiestuk. Hans kan merken, dat het helpt. Ook hier op onze plek blijft de hele nacht het pand keurig op peil, terwijl wij toch al weer een aantal nachten flink scheef zijn gevallen. Bijzonder, dat als de bal van boven naar beneden rolt ze ineens wel willen luisteren. Zelf heeft deze regio duidelijk totaal geen verantwoordelijkheidsgevoel. Het zal wel door het bergachtige gebied komen. De mensen liggen hier natuurlijk allemaal scheef in hun bed ;-).

Zondag besluiten we om bij de lokale herberg in het dorp een hapje te eten. De voorgerechten zien en er goed uit en smaken heerlijk. De steak die Piet besteld heeft is heerlijk en de regionale bereidde niertjes, die ik heb besteld in portsaus eveneens. Ook het feestelijk opgediende toetje van allerlei mini nagerechtjes blijkt een goede afsluiting. 

 

Als maandags 16 juni Mark met een maat terug komt met onze roerkoningen, dan komt ook de door onze verzekering ingeschakelde advocaat uit Parijs geflankeerd door een schade-expert, die regelmatig advies uitbrengt naar het hof van justitie te Parijs. Tegelijkertijd is de VNF ook uitgenodigd door de advocaat. Die met 5 man sterk aanwezig is. Twee personen uit Epinal, twee juristen uit Nancy en nog een expert van de VNF, die zich eigenlijk afvroeg wat hij voor toegevoegde waarde te bieden had. Hij was te laat ingeschakeld en überhaupt niet op de hoogte van het geen was gebeurd. De mannen, die bij ons alles weer in elkaar moesten en wilden zetten werden ernstig gehinderd door de aanwezigheid van deze delegatie, daar alles bekeken, bestudeerd en besproken moest worden en wel tot in de  kleinste details.

De steen, die de oorzaak was van het afgebroken roer, was inmiddels in de mond van de VNF  al met de helft kleiner geworden. De afmetingen, die hij met zijn handen liet zien pasten zo in een rugzakje. Echter niet getreurd het bewijsmateriaal ligt er gelukkig nog. Onze expert en advocaat wilden het graag zien. De hele delegatie loopt mee. Ik gewapend met meetband. Eentje waarop een en ander goed is af te lezen: 1,10x 0,63 x 0,50 m volgens nauwkeurige meting van onze expert. Het is er immers  2,20 m diep. 2,20 m – 0,5 m = 1,70 m + die paar extra centimeters, die we hebben van de waterverplaatsing van het schip. Het is duidelijk, dat had nooit gegaan. De VNF voert nog aan, dat die steen niet van hun is, daar de brug namelijk aan het departement toe behoort. Dus moeten we voor de schade bij het departement zijn en niet bij de VNF. Dat is leuk geprobeerd, maar het is wel hun vaarwater, waar deze steen in lag en daar is de VNF dan ook verantwoordelijk voor. Ook onze diepgang van 1.83 op de kop wordt door de VNF aangevoerd als mogelijke oorzaak. Achterop liggen we 1.80 en onze expert laat dan ook weten, dat al hadden we 1.75 gelegen niet aan deze grote steen te ontkomen was geweest. Wij blijven echter vriendelijk onder al deze pogingen, die de VNF doet om de schuld mogelijkerwijs af te schuiven. Wij overhandigen de door ons en onze collega schippers zorgvuldig ingevulde vaarwegkaarten van de meest bekende probleem plekken in de Vogezen. Er wordt door de heer Payot, subdivisionaire van de VNF aangegeven, dat bij de eerste chomage daar aan gewerkt zal worden. We hopen het van harte, daar er in deze regio door de jaren heen wel vaker het een en ander is gezegd. Tot nu toe hebben ze nog geen daden verricht, die vertrouwenwekkend zijn.

Als ze merken, dat het inmiddels al 16:20 uur is komt er meer vaart in het gesprek, want men wil toch wel erg graag op tijd naar huis. We praten nog even na met de advocaat en de  expert uit Parijs en laten nog wat foto’s en filmpjes zien van wat er allemaal heeft plaats gehad, die eerste en vierde juni. Ze waren er allebei stil van, maar vonden het geweldig fijn, dat dit bewijsmateriaal was vastgelegd. We spreken dan ook af alles door te sturen. Dan gaan ook zij huiswaarts met de TGV naar Parijs.

Eindelijk kunnen dan Mark en Jan weer verder met de reparatie, nadat ze eerst wat drinken en een kleinigheid eten. Suzanno, die de hele middag druk in de weer is met vertalen en uitleggen en documenten verzamelen heeft het inmiddels ook wel gehad. Ze gaat eerst wat aan de avond maaltijd voorbereiden. Als de roeren er aan hangen is het tijd om lekker aan wal de magen te vullen. We hebben de BBQ al warm voor het vlees en Suzanno heeft daar nog een groententaart bij gemaakt uit de oven. Mark struint nog wat rond met zijn detector en vind wat munitie uit de 1ste wereld oorlog. Er volgt een gezellige avond waarin iedereen zijn verhaal doet. Om morgen weer fris te zijn duiken we allemaal in ons mandje,  eentje slaapt in het vooronder en de ander besluit zijn hangmat aldaar uit te hangen  

Dinsdag starten we met een gezamenlijk ontbijt en daarna wordt alles aangesloten op de hydrauliek en moet alles worden afgesteld. Alle bouten en moeren worden flink aangedraaid en deze zullen we onderweg voor de zekerheid nog een keer checken. We nemen afscheid van Mark en Jan, die hun werk kundig hebben afgeleverd. Het was daarbij ook nog gezellig met elkaar. De fijn afstelling doe ik zelf met de potmeters van het stuurwerk, zodat de roeren weer normaal en volledig dwars kunnen. Wij ruimen alles op en maken de boel schoon, want schoner wordt je er niet op bij zo’n actie.  We informeren nog even de bevrachter en ontvanger, zodat ook zij weten, dat we weer en route gaan.

Woensdag beginnen we weer aan het volbrengen van de reis. Het is immers nog wel een week varen. We worden het kanaal uit begeleid, of is het,  weg met die lastige Travelers ;-).  Dit voorval zal wel lang in het geheugen gegrift blijven staan van een ieder.

 

Als we goed en wel de Vogezen uit zijn kunnen we even lekker doordraaien op dieper water.

We merken tijdens de rit, dat er een vervelende vibratie is en vermoeden, dat er iets met de schroef of misschien de schroefas is. Dit zullen we in Nederland echt moeten laten nakijken. Als we in Toul zijn is het weliswaar nog vroeg, maar we moeten even naar de post. Er moet  een geheugen stick met belangrijke informatie naar de advocaat gestuurd worden. We willen even wat verse groenten halen en iets voor op de BBQ. Ik moet ook nog even het water in om alle moeren te controleren. Gelukkig zit alles goed vast. We hebben de stoeltjes en de BBQ aan de wal gezet en gaan even lekker eten en genieten van de rust. We zijn blij dat alles verder goed verloopt en vooral, dat we uit de problemen zijn. Ook al weten we dat we in Nederland direct op de werf zullen moeten voor nadere controle. De bus waar de roerkoning in zit moet gecheckt op schade. De schroefas moet worden geklokt en het flexibel worden gecheckt. De schroef zelf moet worden gecontroleerd op schade. Het vlak moet ook nauwkeurig worden gecontroleerd. Er staat nog heel wat op het programma, maar daar willen we nu even niet aan denken.

 

Donderdag varen we naar Frouard. Voordat we de sluis in varen krijgen we een telefoontje en een e-mail van de bevrachter. Er blijken grote problemen voor ons uit te zijn. Een dijk is lek en de vaart is volledig gestremd. Het kan toch niet waar zijn! Meneer Murphy mag zo langzamerhand zijn pijlen wel eens ergens anders gaan afschieten. De bevrachter is in overleg met de VNF en zal ons op de hoogte houden van de ontwikkelingen. We besluiten eerst maar even te wachten, voordat we het kanaal in gaan. Al snel wordt duidelijk, dat er weer een week vertraging op gaat doemen. Even boven Straatsburg is al het scheepvaartverkeer gestremd bij Eckwersheim.

AVIS A LA BATELLERIE N° FR/2014/02481

Modifiant l'avis n° FR/2014/02469

Pris en application :

Art. A4241-26

Travaux ( Fuite dans la digue avec risque de rupture

- Travaux de colmatage de fuites et de confortement)

ARRET DE NAVIGATION - BIEF 47 - ECKWERSHEIM

Arrêt de navigation ( tous les usagers - dans les deux sens )

- à partir du 17/06/2014 à 08:30 au 26/06/2014 à 19:00

o Canal de la Marne au Rhin, branche Est

entre les pk 294.000 (bief 47 - Amont - Eckwersheim) et pk 300.500 (bief 47 -

Aval - Eckwersheim) - Tout le chenal

Commentaire :

Des travaux d'urgence sont entrepris pour colmater la fuite et conforter la berge, la durée des travaux est estimée à 10 jours.

Mesdames et Messieurs les bateliers et usagers de la voie d'eau sont invités à respecter la signalisation mise en place et à se conformer aux recommandations qui leur seront données par les agents de la Direction Territoriale ou de la Brigade Fluviale.

Service(s) à contacter :

Subdivision de Saverne, 12 rue de l'Orangerie, BP 122, 67703 SAVERNE Cedex

Tél : 03 88 91 80 83 - Fax : 03 88 71 28 15

Date limite d'affichage :

27/06/2014

Directeur

 

 We overwegen om te varen via de Moezel om bij Koblenz de Rijn op te varen door het gebergte. Dat geeft meer onkosten, dus moeten we dat opnieuw berekenen. We besluiten eerst af te wachten met welk nieuws de VNF en de bevrachter gaat komen. We krijgen te horen, dat we mogen doorkomen en vanavond krijgen we dan te horen wanneer wij kunnen passeren. We verlaten onze positie beneden sluis Pompeï en schutten door sluis Clevant. Hier ligt de Safari te wachten op het seintje, dat hij door kan komen om te lossen. Zijn losplek voor het constructiestuk, welke hij in heeft ligt wat verderop. We schuiven bij ze opzij en zitten ‘s avonds gezellig op het voordek met natuurlijk iets op de grill en een wijntje erbij. Om 19:30 uur krijgen we dit bericht.

 

 Comme je viens de l'annoncer à Mme MUFF, vous pourrez exceptionnellement passer. Nos agents vous attendent lundi 23/6 à 8h à l'ecluse 46 pour vous accompagner lors du passage sur la zone de chantier.

Terwijl de rest zijn tijd nog mag uitliggen tot vrijdag. Er blijken daar namelijk nog een aantal vrachtschepen te liggen. Wij zouden er bij hoge uitzondering door mogen maandag. Dat is knap bizar. Waarom wij wel en anderen niet! Het verhaal gaat, dat er onderhand 30 schuttingen met jachten liggen en drie vrachtschepen aan onze zijde en twee vrachtschepen aan de andere zijde. Hun geduld wordt aardig op de proef gesteld en de emoties lopen hoog op. De Liberty is woedend volgens insiders. Die Nederlander komt er niet langs zou er gezegd zijn. Het gonst over het hele kanaal, tot aan Nancy aan toe. Zijn jullie dat schip, dat wel door de stremming mag. Intussen hadden we volgens een sluismeester ook al heel gevaarlijke lading in, die niet mocht wachten! De Liberty, die ons pertinent niet voorbij zal willen laten is tot alles in staat, werd ons verteld door een collega, die nota bene in noord Frankrijk voer en ons telefonisch daarvoor waarschuwde.

We krijgen hier van de VNF intensieve begeleiding. De sluizen staan klaar. Jachten moeten wachten tot wij gepasseerd zijn. Gewoonweg belachelijk, maar aan de andere kant schiet  het wel lekker op. Ze willen ons ’s maandag om 08:00  bij sluis 46 en sluis 47 hebben wat volgens ons niet haalbaar is. We worden er echt doorgedrukt. Gezien het feit, dat we na sluitingstijd zelfs nog wat sluizen mogen doen. Als we eenmaal in het scheiding ’s pand zitten wordt het krap om door de beide tunnels te komen. De hoeveelheid jachten is enorm achter ons en ook terugkerende tegemoet komende jachten.

Bij een van de vernauwingen is het zelfs gevaarlijk. Ze denken gewoon: “ ach zij wachten maar, wij gaan er nog effe snel door”. In 1 van de laatste lange vernauwingen, als wij er al in zitten, komen ze er gewoon bij in. Zelfs een waarschuwing van de scheepshoorn maakt niet, dat het in hun opkomt, dat ze wellicht even moeten wachten. De krul voor de kop bij dit groepje jachten wordt alleen maar groter. Het is alsof ze het blazen vertalen in, Kom maar zo snel mogelijk door. Ze hebben het gas er stevig op staan.  Er wordt zelfs gezwaaid, dat we aan de kant moeten gaan. Het moet toch niet gekker worden, er staan nota bene borden passeerverbod. Ja en nu. Al het volk van boord touwen aan wal en de schuit tot stilstand brengen. Suzanno is inmiddels naar voren gelopen, en vraagt waarom ze niet gestopt zijn toen we op de hoorn hadden geblazen. Ja we dachten, dat jullie bedoelden, dat we sneller moesten varen om er nog effe aan voorbij te komen. Helaas betekenen de borden, die jullie gepasseerd zijn, dat je elkaar hier niet kunt passeren.  Jullie zullen dus weer achteruit moeten! Oh……….eh….. ja.  Iedereen wordt in de touwen gezet en moet trekken. Suzanno vraagt ze nog: “hebben jullie geen achteruit”? Waarop de vrouw aan de wal naar haar man roept, die nog aan boord staat “hebben wij geen achteruit?” Ik weet het niet? De goede man was waarschijnlijk enigszins in paniek en kon niet meer logisch nadenken. Suzanno heeft het inwendig niet meer van het lachen, en komt achterop. Ik heb inmiddels de schroef rustig in het werk en zo glijden we langzaam verder. Inmiddels heeft iedereen het zweet dik op het voorhoofd staan. In totaal drie jachten, die achterwaarts worden getrokken. Komisch gezicht. Vroeger een kleine honderd jaar geleden zag je het gezin op vrachtscheepjes in de singel staan en het schip voort trekken. Tegenwoordig is dit een echte jachtattractie lijkt het. Eindelijk zijn ze eruit en kunnen we er heel rustig voorbij. Dit doen we heel erg langzaam zonder, dat de schroef in het werk is, want anders kon het wel eens vingers gaan kosten. Ze denken het wel te kunnen houden met blote handen. Ze hebben in ieder geval een pracht verhaal voor hun dagboek.

Op naar de tunnel. Inmiddels hebben we al weer een stuk of 4 jachten achter ons zitten, die aardig aan het drukken zijn. Het is 19:00 uur geweest en we bellen met de tunnel, dat we het niet meer gaan halen. Tussen de grote tunnel en de scheepslift mag niemand meer  overnachten. Dus blijven we boven de kleine tunnel liggen schuins tegenover de Spits Match, die te koop staat voor slechts  € 80.000,--. Het is een mooi scheepje en hij ziet er keurig uit. Het is tijd voor een glaasje op het voordek met de laatste zonnestralen.

Zondag morgen starten we bijtijds. De lichten staan al op tijd op groen 06:30 uur. Motor aan en op naar Arzvillier. De lift, die 17 sluizen vervangt. In de kleine tunnel krijgen we geen tempo. De tweede tunnel wil een stuk beter vlotten. Als we er bijna uit zijn hebben we op 5 meter achter ons al weer drie jachten hangen, die wat lopen te schreeuwen. Eenmaal uit de tunnel staat er een VNF man uit het raam te roepen van zijn kantoortje, dat hij de lift al heeft gewaarschuwd, dat we er aan komen. We hebben echter wel een paar jachten achter ons aan. ‘Geen probleem hoor’, zegt de man ‘ik gooi het licht voor hun op rood’. Dat geeft ons effe lucht. De bak staat inderdaad al voor ons klaar. Het was immers nog een uurtje varen. We schieten er zo in en het gaat gelijk naar beneden. Daar lag ook al een jacht te wachten. Zelfs hier wist men van onze komst en hetgeen er was gebeurd in de Vogezen en dat we door moesten komen zo snel als mogelijk!. We voelen de druk wel een klein beetje, maar laten ons niet gek maken. In Lutzelbourg komen Reine en Pierre van de Match bij ons aan boord en varen een paar sluizen met ons mee. Dat is even gezellig druk aan boord onder het genot van een kopje koffie en een heerlijke eclair, die Piet nog even gescoord had bij de bakker in Lutzelbourg. Drie man op het voordek om het touwwerk in de gaten te houden.  Dat gebeurt niet vaak. We nemen helaas al snel afscheid, want anders moeten ze wel erg ver terug lopen. Die dag varen we nog tot en met de 40. Suzanno heeft via de email nog contact met de heer Kistler, die het met de bevrachter geregeld heeft, dat we door kunnen varen.  Wij hebben aangegeven, dat we of allemaal gaan varen of niemand. Het is te bizar voor woorden, dat de rest moet blijven liggen. Zoals gewoonlijk gaat het niet zonder slag of stoot. Dit gebeurt er nog op zondag avond:

Bonjour monsieur Kistler,

 Nous arrêterons dimanche soir 18 :00 à peu près au écluse 39.  J’ai contacté Vendenheim et lui informer. Nous avons eu un coup de téléphone  d’un collègue qui navigue dans le Nord de la France et a  entendu des histoires des collègues mariniers des bateaux de commerces, et plaisanciers, qui sont très en colère dans votre secteur. Ils attendent déjà 6 jours. Nous arrivons et nous pouvons passer tout de suite. J’espère que le VNF a bien réfléchit de cet action, car c’est naturellement ‘un peu’ bizarre. Il faut signaler que  ce méthode de travail ne fonction jamais sans créer des problèmes.  Quand le VNF veut nous laisser passer, ils doivent nous garantit un passage en sécurité total avec des mesures officielles de protections.  Nous ne voulons pas risque ni notre propriété le bateau, ni notre marchandise et ni personnes. Nous avons aussi la responsabilité à l’égard du receveur de marchandise. Alors le VNF doit réfléchir approfondi ou ils peuvent  prendre la responsabilité de cette agitation qu’on a créé au public qui doivent attendre, avec cette offre de nous laisser passer. Quel était naturellement très généreusement, mais les conséquences sont incalculables. Peut-être c’est une idée a reconsidérées le plan et discuter ça avec tous les gens concernés.

Mais il n y a pas de risque, sinon nous ne vous laisserions pas passer. Si nous vous laissons passer c est que nous avons mesuré le risque. Et cela se fera en toute sécurité.

Nous ne pouvons laisser passer tous les bateaux sinon le chantier sera bloqué.  J ai negocié pour vous parce que vous etiez deja en retard a la demande de transest et il n est pas nécessaire d en faire publicité partout parce qu en effet ca créé des conflits.

J ai fait le maximum pour arranger tout le monde mais le regrette donc amerement en lisant votre message.

Merci de m’ avoir mis dans une posture delicate.

Cher monsieur Kistler,

Je crains que vous ne m’avez pas exactement compris.  Nous ne le savions pas du tout qu’il y étaient des bateaux de commerce dans votre secteur, qui sont en attente au moment que vous voulez nous laisser passer.  C’ était un collègue marinier qui nous avertissait qu’il y en a une situation embarrassant qui se développe.  Ce n’est pas intelligent de favoriser un bateau étranger que des bateaux Français.  C’est nous qui sont mis dans une posture délicate.  Je suis sûr que on a eu des meilleurs intentions, mais pas réfléchit longuement au conséquences révélateurs.  On a proféré des menaces sérieuses.  En fin de compte il y en a une arrêt de navigation officielles et on (le VNF) nous n’a pas encore explique comment ils veulent résoudre ce défi si bien que nous pouvons prendre une décision solide.  Nous prenons notre responsabilité sérieuse.  Nous resterons en dessous écluse numéro 40 en attente des nouvelles.                                                                                                        

Recevez, monsieur, mes salutations distinguées,

Suzanno Bouchier. 


Het is weer eens ongelofelijk wat hier allemaal gebeurd. Om 10:30 uur krijgen we het verlossende woord: Iedereen mag varen en zo worden dan ook veel onnodige problemen voorkomen.

AVIS A LA BATELLERIE N° FR/2014/02578

Modifiant l'avis n° FR/2014/02573

Pris en application :

Art. A4241-26

Travaux (d'urgence terminés)

BIEF 47 - ECKWERSHEIM

Limitation de mouillage (à 2,20 m) ,

Réduire la vitesse (à 3 km/h)

- le 23/06/2014 à 09:00

o Canal de la Marne au Rhin, branche Est

entre les pk 294.000 (bief 47 - Amont - Eckwersheim) et pk 300.500 (bief 47 -

Aval - Eckwersheim) - Tout le chenal

Une reprise de la navigation (avec restrictions) ( tous les

usagers - dans les deux sens )

- le 23/06/2014 à 09:00

o Canal de la Marne au Rhin, branche Est

entre les pk 294.000 (bief 47 - Amont - Eckwersheim) et pk 300.500 (bief 47 -

Aval - Eckwersheim) - Tout le chenal

Commentaire :

Mesdames et Messieurs les bateliers et usagers de la voie d'eau sont invités à respecter la signalisation mise en

place et à se conformer aux recommandations qui leur seront données par les agents de la Direction Territoriale ou de la Brigade Fluviale.

Eindelijk kunnen we verder. Het is immers de 23 juni ofwel Suzanno der verjaardag. We zien het dan ook als een klein cadeautje. We willen eigenlijk graag in Straatsburg komen te liggen. Het spant er nog even om of we nog door de 51 komen, de laatste sluis voordat we Straatsburg in kunnen. Nu nog een plekje zoeken om vanavond even wat stoom af te blazen in de stad en even iets te eten. Zo gezegd zo gedaan. Om 20:20 uur zitten we in de tram richting centrum.  We slenteren een stukje door de stad. De bruggen over het water zien er prachtig verzorgd uit met de kleurige rijk gevulde bloembakken. We vinden een mooi plekje aan het water en kiezen wat lekkers om te eten. Lokaal biertje ‘Fischer Amber’ erbij en deze is heerlijk zacht van smaak, zonder dat nare bittertje. We genieten saampjes van een heerlijk avondje en gaan tevreden naar boord.

 

Dinsdag worden de roeren nog even gecontroleerd en de schroef bevrijdt van wat kanaaltroep. Piet haalt op de valreep nog even wat kersen. Om 13:00 uur vertrekken we dan richting Iffezheim. Woensdagmorgen krijgen we bijtijds de loods aan boord, die ons weer veilig naar onze bestemming brengt.  Dat is Joseph wel toevertrouwd. Onderweg vertelt hij veel over de omgeving. Hij kent het hier als zijn broekzak. Ook praat hij met veel warmte over zijn familie en de plaats Offenburg, waar hij woont. We zijn mooi op tijd 12:30 uur in Ludwigshafen. Woensdagavond komen we zelfs nog leeg van een reis, waar maar geen einde aan leek te komen.

Donderdag hebben we de tijd om het schip schoon te maken en dat is nodig ook. Alles klaar maken om naar Nederland te varen met loods Rudolph, die een nachtje blijft slapen, want het is toch nog wel 28uur varen. ’s Middags komt er een man langs gewapend met een fles wijn. Het blijkt de jongeman te zijn, die we onderweg waren tegengekomen bij een sluis. Hij was toen tesamen met zijn vrouw en hond fietsend de omgeving aan het verkennen. Hij vond het leuk, dat wij zo door een deel van Europa voeren met een klein schip. Hij werkt hier om de hoek en vond het leuk ons weer te zien.

We hadden overigens direct terplekke kunnen laden naar Villefranche en toen we nog in Flavigny lagen was ons al werk aangeboden van Mertert (Moezel) naar Sete. Ook vanaf de Saar was er direct te laden voor Parijs. Helaas gaat dit ons neus voorbij. Dit allemaal door het zeer onzorgvuldig gedrag van de VNF in Golbey. We zijn dan ook nog niet klaar met die story.

Vrijdag stapt de loods aan boord en we vertrekken gelijk. Het loopt lekker stroomafwaarts. In het gebergte krijgen we controle. Niet echt helemaal voor de controle, maar effe een Spits van binnen bekijken is een kans, die je natuurlijk niet alle dagen krijgt. Natuurlijk wordt er voor de formaliteit even naar het patent van de loods gevraagd, en wil men weten waar het noodstuurwerk zit. Het scheeps -en Rijnattest wordt ook nog even bekeken, maar dat was het dan ook wel. Verder wordt er gezellig gekletst over van alles en nog wat. Hij vraagt zelfs of wij wel eens gasten mee nemen. Hij zou wel een keer mee willen varen. Zelf fietst hij graag in Frankrijk.  Ja die spitsen zien we nog maar zelden hier op de Rijn. We geven hem het webadres van de site en een telefoon nummer van ons en hij stapt weer over. Ze zwaaien allemaal nog even en varen vrolijk lachend weer verder. We hebben er echt een lekker gangetje in 19 en soms zelfs 21 km per uur. We overnachten even voorbij Koblenz op een paar dukdalven. Iedereen gaat na de maaltijd bijtijds naar bed, want morgen is het vroeg dag.

04:30 uur. Het is niet druk het water is laag en we passeren de ene na de ander, die het rustig aan doen vanwege deze lage waterstand. Bij Keulen komt er een Wasserschutzpolizei  voorbij en rent er een man naar de deur en zwaait uitbundig naar ons?  Zo bekend zijn we hier toch niet. We zwaaien terug maar snappen er niets van. De loods schudt wat met zijn hoofd, zo ken ik deze mannen helemaal niet, dit doen ze nooit!  Rudolph is een rustige man, met veel ervaring, waar hij met plezier over verteldt. Hij geniet echter ook van de stille momenten. We kunnen al weer goed merken, dat we bij de grens DE/NL komen. Het waait en de regen dreigt. Hoe kan het ook anders. Om 18:30 uur liggen we vast in Lobith om even water en gasolie te bunkeren. De loods gaat weer huiswaarts. Er wordt door het Servicecenter gevraagd of we nog boodschappen nodig hebben, want het is al na tijd, maar anders houden ze nog even open voor ons. Dat is nou wat je noemt echt service, dat maak je niet veel meer mee tegenwoordig. Suzanno vliegt dan ook snel even door de Spar, alwaar ze nog even flink wat verse spulletjes inslaat, geholpen door het vriendelijke personeel, die voor haar het gevraagde uit de koelcel haalt. Daarna doen wij nog een stukje naar de werf Misti in Arnhem, alwaar we zondags de 29ste juni een heerlijke vrije dag hebben.

 

Reacties: 2

1
UserRene
Date / Time22.07.2014- 02:22:28

Tjeeee dit is toch duidelijk wel een wat mindere reis met al dit soort rampen.

Hoop voor jullie dat het in de nasleep allemaal goed uitpakt en goed geregeld wordt.

Rene

2
UserAlex Rietveld
Date / Time20.07.2014- 11:38:02

Beste Travelers,

iIk heb net met veel aandacht het laatste uitgebreide reisverslag gelezen, wat een lange reis met zoveel hindernissen.

Hoop voor jullie dat het allemaal goed afloopt met de verzekering, nu weer in frankrijk veel succes!

Een goeie en veilige reis. Vriendelijk gegroet,Alex.

Nieuwe reactie schrijven:

Vult u alstublieft de met * gemarkeerde velden correct in. (JavaScript en Cookies moeten geactiveerd zijn).
Naam: (Verplicht) *
email: (Verplicht veld wordt niet openbaar gemaakt.) *
Homepage:
Uw opmerkingen: *
 
Voegt u alstublieft de numerieke code in:*
Captcha
Powered by CMSimpleRealBlog
smiley smiley